Archief van 'sport'

Dodentocht 2010: het verslag

Het ergste leed is alweer enkele dagen geleden, en eindelijk vind ik de moed om een verslagje op te stellen over de Dodentocht, editie 2010.

Londerzeel – 17u00:
Dat het niet voor niets vrijdag de 13e is, valt zowat aan alles te merken . De voorbereidingen voor Laurens’ feestweekend lopen uit en niets lijkt in orde te komen. Van de spanning krijg ik amper een hap door mijn keel.
Kevin, die gekend staat om zijn licht afwijkende uurregeling is op tijd, maar deze keer ben ik niet klaar voor vertrek.

Londerzeel – 18u10:
We kunnen eindelijk vertrekken. Ik heb het gevoel dat de fietszakken van Godelieve correct gevuld zijn en dat de voorraad voor Wouter klaar is. Met z’n tweeën rijden we – ieder in zijn eigen wagen – richting Bornem. Parkeren doen we als vanouds op de Puursesteenweg, wat nog een behoorlijk stukje stappen is tot aan de start. We worden voorbijgereden door een toeterende wagen. Het is CTG-collega Christine die op weg is naar huis.

Bornem – 18u45:
De startstrook is anders ingedeeld dan vorig jaar. Veel deelnemers die vorig jaar achteraan moesten starten hebben hun lesje geleerd en zijn ruimschoots op tijd gearriveerd. Wij spijtig genoeg niet. Met een vriendelijk woord en een verontschuldigende glimlach banen we ons een weg dichter naar de finish. Kevin plaatst zijn klapstoeltje op pakweg 200m van de startlijn, met een 400 tal deelnemers voor ons. Het wachten kan beginnen.

Bornem – 20u25:
De spanning snijdt door de massa. Wie nog neerzat staat haastig recht. Niemand weet waarom, het is immers nog meer dan een halfuur wachten. Enkele regendruppels doen de sfeer danig zakken. Iedereen kent de weersvoorspelling (af en toe een bui), maar hoopt van harte dat Frank & Sabine zich vergissen.

Bornem – 21u00:
Vlak voor de start. Al het afval wordt naar de kant van de weg gesmeten. Ik geef Kevin nog een stevige knuffel en wens hem alle succes. Hij is beter getraind dan ik, maar toch hoop ik hem tot na de finish niet terug te zien. Eergevoel, weet je wel?

Bornem – 21u01:
Hopla, we zijn vetrokken! Een drukte van jewelste. De wandelaars voor me vormen een quasi ondoordringbare haag. Het duurt tot voorbij Bornem centrum alvorens ik wat tempo kan maken. Ik kon wel duidelijk de Relegators onderscheiden langs de kant van de weg. Tof dat ze me een hart onder de riem komen steken!

Temse – 21u14:
Bornem centrum ligt achter ons, en we lopen parallel aan de N16. Het tempo ligt hoog, maar dat is nu eenmaal mijn stijl. Dankzij dit tempo haal ik verschillende lopers en wandelaars in.
In de bocht aan Temse Brug passeer ik Wouter en Jan, die ik Kevin’s Vaseline overhandig. Een korte update leert me dat ik in zesde positie loop. Blijkbaar ben ik sneller aan het lopen dan gedacht…

Temse – 21u23:
Het lopen gaat vlot. Mijn hiel doet wel pijn, maar het is draaglijk. Bovendien lijkt het droog te zullen blijven, wat zonder meer een positief effect heeft op mijn gemoedstoestand. Wouter heeft ondertussen de iPod aangesloten op de luidsprekers die met tape zijn vastgemaakt aan zijn fiets. De bonkende beats zorgen voor een constant tempo.
Op de scheldedijk passeer ik twee oude bekenden: iemand uit mijn schooltijd en een ex-Deltaan. Leuk om even een praatje te slaan en de verwachtingen te toetsen.

Weert – 21u31:
Wanneer we de scheldedijk aflopen draaien we het dorp van Weert binnen, waar zich de eerste controlepost bevindt. Ondertussen loop ik in vierde positie, maar enkele meters verder staat er een politiewagen te wachten: we lopen te snel. Wanneer de wagen even later vertrekt zijn we met 9 lopers. Ik tracht mijn gebruikelijk looptempo aan te houden. Dat is welliswaar te snel voor de Dodentocht, maar voor het eerst in maanden heb ik zin om te lopen. Ik heb, zo zal achteraf blijken, de eerste 7,4 kilometer afgelegd in 30 minuten, goed voor een gemiddelde snelheid van 14,8 km/u.

Branst – 21u50:
Voor mij loopt er slechts één loper wanneer ik de kerk van Branst voorbij loop. Hier staan Peter en Christine me toe te schreeuwen. Even verder sluit er een groepje aan bij mij, en met zijn drieën zetten we de achtervolging in op de eerste loper. Het tempo gaat danig de hoogte in.

Bornem – 22u00:
In de dreef naar het ziekenhuis toe is er een samensmelting vooraan. Eén loper versnelt, en in een vlaag van euforie steek ik een tandje bij. Het tempo vliegt omhoog, tot bijna 18km/u, wanneer we de mensenmassa in Bornem passeren. Rijen toeschouwers applaudiseren en schreeuwen ons toe. Geschiedenis wordt geschreven: ik passeer Bornem op een gedeelde eerste plaats!

Roddam – 22u19:
Na Bornem centrum gepasseerd te zijn laat ik bewust het tempo zakken. Mijn moment de gloire is voorbij, nu begint de overlevingstocht. Naar de controlepost in Roddam, Friesland Foods, is het slechts een aantal kilometer lopen. Na 1 uur en 19 minuten wedstrijd heb ik meer dan 17 kilometer afgelegd. Tot nu toe haal ik een gemiddelde van 13,32km/u, vooral door de snelle start.

Hingene – 22u35:
Nu volgt er een lang stuk van 7 kilometer, dat grotendeels langs de scheldedijk loopt. Het contrast kan niet groter zijn: van de vele café’s en standjes met discobar en barbecue, naar de volmaakte stilte aan de oevers van de Schelde. Ik heb mijn eigen tempo gevonden, en laat de andere lopers hun ding doen. Ruben loopt me voorbij, en we wensen elkaar succes. Ik weet dat ik hem alvast niet meer zal terugzien. Wouter maakt een grapje dat iedereen ofwel veel vertrouwen heeft, ofwel helemaal niet, vermits nog niemand gebeld heeft. Terstond gaat zijn telefoon over: Godelieve. Ik neem even de GSM over en sla een praatje, waarin ik haar geruststel dat ik vanaf nu zal doseren.

Wintam – 23u01:
We zijn twee uurtjes onderweg wanneer ik de matten in Wintam passeer, na 24 kilometer wedstrijd. Ondertussen is lopen zowat joggen geworden, al ligt het tempo nog boven de 10 kilometer per uur. De eerste echt donkere baantjes liggen achter ons, maar er zullen er nog een pak meer volgen.

Kalfort – 23u56:
Vorig jaar wist ik tussen Kalfort en Wintam al dat ik in Breendonk ging opgeven. Toen was de pijn in mijn teen niet te harden. Ook vandaag heb ik last, veel last zelfs, maar ditmaal moet ik geen rekening houden met een mogelijke bevalling. Door het ontbreken van dat soort zorgen kan ik me volledig focussen op de wedstrijd. Vlak voor Kalfort stretch ik een eerste keer. De temperatuur daalt gevoelig, en dat – in combinatie met 6 weken geen training – zorgt ervoor dat mijn spieren snel opstijven.
Na de lange rechte banen richting Kalfort passeer ik de scanning vlak voor middernacht, na 2 uur en 55 minuten. Mijn snelheid tussen Wintam en kalfort is voor het eerst gedaald onder de 10 kilometer per uur, vooral door de minutenlange stretching.

Breendonk (Duvel) – 00u43:
Op weg naar Breendonk krijg ik verschillende telefoontjes, vooral met de vraag wanneer ik zal arriveren. Volgens mijn schema (uit 2007, met aankomst om 11u) rond twintig voor een. De kou zorgt voor nog meer krampen. Om deze te bekampen zoek ik mijn toevlucht in Dextro Energy, met extra magnesium.
In Brouwerij Duvel zelf is de bevoorrading aangepast, maar die laat ik links liggen. Ik weet immers dat Godelieve buiten op me wacht, en ik vanaf dan twee begeleiders per fiets zal hebben.
Buiten wacht trouwens nog een verrassing: niet alleen mijn vader staat me aan te moedigen, maar ook zowat de hele Relegators ploeg is van de partij. Een opsteker van jewelste!

Londerzeel Sint-Jozef – 01u20:
Je moet het maar doen: op amper 2 kilometer van je eigen huis verloren lopen. Dit is nu al de tweede keer dat dit me overkomt tijdens de Dodentocht: ook in 2008 overkwam het me, in Steenhuffel. Ditmaal waren de pijlen dermate goed weggestopt dat zelfs de fietsers ze 2 keer voorbij gereden zijn.
Niet getreurd echter: aan het monument bij Blauwenhoek wacht een hele delegatie supporters: de Relegators, maar ook enkele leden van Kiwanis, waaronder Pascal en Emilie. Ik stop even op te babbelen, maar het is te koud om al te veel tijd te verspelen.

Steenhuffel – 01u55:
Normaliter staat vlak voor de brouwerij van de Palm het bord van de 50 kilometer te pronken. Ik stuur Wouter vooruit om zich alvast klaar te zetten met het fototoestel in de aanslag. Het blijkt een maat voor niets, want ik arriveer in de brouwerij zonder het bord gepasseerd te zijn. Daar staan opnieuw de Relegators te wachten, samen met mijn vader.
Ondertussen zijn we quasi halfweg (49km) en zijn we nog geen 5 uur aan het lopen (4 uur en 54 minuten).

Merchtem – 02u55:
Het stuk van Steenhuffel naar Merchtem voert ons traditioneel langs betonnen boerenbaantjes, tussen de velden. De sfeer zit er nog steeds in, ook al komen we vanaf nu geen levende ziel meer tegen.
Vlak voor de aankomst in Merchtem verlies ik mijn enige overgebleven ballon. Die hinderde trouwens meer dan je je kan voorstellen, maar toch vind ik het spijtig.
Na bijna 57km wedstrijd is het tijd om de benen even los te gooien. Gunter kwijt zich uitstekend van zijn taak :-)
Nu volgt, wat mij betreft, het zwaarste stuk: tussen Merchtem naar Buggenhout liggen 9,5 kilometer landwegjes, de langste resterende afstand in één stuk.

Buggenhout – 04u10:
Het is ondertussen diep in de nacht geworden wanneer we in de totale duisternis van Buggenhout Bos lopen. Ik kan me niet voorstellen wat het moet zijn om hier alleen te lopen, zonder verlichting. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen, maar toch kwamen we geregeld lopers tegen die geen verlichting bij zich hadden.
Het losgooien van de benen heeft zijn vruchten afgeworpen, want ik heb geen krampen meer. Het tempo is zelfs lichtjes de hoogte ingegaan.

Lippelo – 05u32:
Tussen Buggenhout en Lippelo liggen ook bijna 10 lange kilometers, maar deze werden in 2 gesneden door de tussenstop in Opdorp. Een mooie tussenpost trouwens (zoals de organisatie hem noemt), alleen had ik er de gratis Minute Maid niet mogen drinken.
Op weg naar Lippelo begint de ochtendschemering zichtbaar te worden. Daarmee komt ook de grootste koude opzetten. In de bevoorrading graai ik enkele tassen koffie mee voor Wouter en Godelieve, die verkleumde handen hebben. Gunter houdt zich sterk, die drinkt geen koffie.
Door die koffiepauze missen we een foto bij het bord van de 75 kilometer. Volgend jaar moeten we beter afspreken.

Puurs – 06u26:
Het is spijtig dat, wanneer je zo dicht bij Bornem bent, je nog een extra lus moet maken. Gelukkigerlijk beginnen de zonnestralen ons alvast wat te verwarmen. In de bevoorrading zet ik me zowaar even neer, om even te genieten van een koude Cola. Al wat rest tussen Puurs en de finish zijn 20 kilometers. Het wekt dan ook weinig verbazing op dat ik de resterende kilometers mentaal probeer in te beelden met referentiepunten uit de 20km van Brussel.

Oppuurs – 07u07:
Tussen Puurs en Opuurs ligt vooral Broek. Mooie gronden voor een wandeling op een zondagmiddag, maar niet wanneer je al zoveel kilometers in de benen hebt. Ik loop mijn laatste stukjes, en schakel over op wandelen. Niet slenteren of zwalpen, zoals enkele jaren terug, maar stevig doorwandelen.

Sint-Amands – 07u55:
Een klein stukje wandelen naar Sint-Amands, dat als vanouds zowat de poort is naar de finale. De moraal is nog hoog, de muziek soms hilarisch. Gunter moest ons spijtig genoeg verlaten, wegens andere (voetbal-) verplichtingen.
Eenmaal we langs de spoorweg wandelen beseffen we dat het niet ver meer is tot aan de sporthal. De dijk wenkt!

Branst – 08u40:
De weg naar de dijk is wat hertekend, maar eindelijk bereiken we de Schelde.
In principe mogen fietsers niet meer op de dijk, maar daar vegen we onze voeten aan. De maatregel geldt vooral voor deze namiddag, wanneer de grote massa passeert, en voor de wielertoeristen. Niet zozeer voor fietsers aan 8km/u :-)
Onderweg naar de legendarische Zates passeert er een wandelaar me, die vraagt hoever het nog is. Dankzij de GPS kan ik antwoorden, en ik besluit aan te pikken. Het tempo gaat terug wat omhoog.
Het bruggetje op en af bij Zates, en we beginnen aan de laatste 5,4 kilometer.

Bornem – 09u31
Zoals steeds duurden de laatste 5 kilometers het langst. Vraag me niet hoe het komt, maar telkens opnieuw doe ik dezelfde vaststelling. Is het omdat je zo uitkijkt naar het einde? Komt het door de lastige klimmetjes? Of is het puur psychologisch?
Gelukkigerlijk heb ik nog steeds gezelschap: Godelieve en Wouter (met de fiets), en de wandelaar die me nu al 6 kilometer gezelschap houdt en ervoor zorgt dat het tempo zelfs iets te snel gaat.
Bij het bord van 1 kilometer vraag ik Wouter en Godelieve om alvast naar de finish te gaan. Ze mogen met de fiets toch niet naast mij blijven, en anders zouden ze de finish missen.
De laatste 750 spelen zich af tussen de dranghekken. Veel supporters staan er niet, zeker niet vergeleken met gisterenavond, maar dat maakt de aanmoedigingen er niet minder om.
Na de laatste bocht staat mijn delegatie: Godelieve, Wouter, Opa en… Laurens. Die is blij om zijn papa te zien, en heeft zelfs bloemetjes mee!
Hij mag mee over de finish, maar daar heeft hij niet zo’n zin in, blijkbaar.

Samenvatting:
Vooraf gaf niemand een cent voor mijn kansen. De beste prognoses gingen tot Breendonk.
Ik verbaasde mezelf door mijn tempo tot kilometer 15. Als eerste door Bornem lopen geeft een kick die ik nog nooit eerder meemaakte. Dat is iets wat ik bij een volgende deelname absoluut opnieuw wil realiseren.
Moest ik wat meer kunnen trainen hebben de afgelopen weken, dan had ik minder snel krampen gekregen en had ik langer aan een hoger tempo kunnen lopen. Zeker tussen kilometer 37 en 50 verspeelde ik vele minuten met stretching. Vaak preventief, maar desalniettemin noodzakelijk.
Het wandelen was veel beter. Het tempo bleef steeds boven de 6 kilometer per uur, ook zonder tussentijdse loopsprintjes.
En de aankomst, die bleef zwaar.

En volgend jaar? De Dodentocht gaat steeds plaatsvinden rond Laurens’ verjaardag, wat het organiseren van feestjes er niet makkelijker op maakt. En mijn zoon krijgt voorrang. Maar we zien wel, je wete immers nooit wat de toekomst brengt…

Dodentocht: het weer

Wat mogen we verwachten voor volgende week?

Volgens zoover het volgende:

Dodentocht

Vrijdag de 13e. Volgende week vrijdag. Dodentocht. Bornem.

Hoeft er nog uitleg bij? Drie jaar geleden uitgelopen, maar met gevolgen. Twee jaar geleden uitgelopen in een heel mooie tijd. Vorig jaar opgegeven wegens een combinatie van een gescheurd ligament en een zwangere vrouw. En dit jaar?

De voorbereiding was er. Sinds januari een strikt dieet en een massa sport. Maar sinds de watermolentriathlon ligt het zowat stil. Komt daarbovenop: pijn aan de hiel door een trap tijdens een wedstrijdje voetbal.

We laten ons echter niet kennen. Niet alleen steun ik dit jaar opnieuw Tumbador, ik loop voor de eerste keer ook voor Kiwanis Londerzeel. Met de opbrengst worden goede doelen in de regio gesteund, dus zal ik zeker mijn beste beentje voorzetten. Interesse om ons te steunen? Geef een seintje!

Voor het overige: het parcours is gekend. Er zijn geen grote wijzigingen in vergelijking met vorig jaar, maar die kunnen altijd last minute gebeuren. Het parcours vind je hier. Het stratenplan op volgende link.

Ik heb, naar goede gewoonte, beide gecombineerd in een Pedometer map. Gewoon even klikken en je krijgt een gedetailleerd beeld van het parcours.

Nu rest alleen nog duimen voor goed weer…

Watermolentriathlon: verslag

Never change a winning team, pleegt men soms nog wel eens te zeggen. Soms breekt nood echter wet: door een schoolverplichting kon Kevin dit jaar niet deelnemen. In Nick vonden we een bereidwillige en overgekwalificeerde vervanger voor de 10 kilometer.

Rond half een vertrokken we richting Hamme. We, dat is Godelieve, Laurens, Opa, Wouter en ik. Nick en zijn vader reden rechtstreeks naar Hamme en haalden reeds de borstnummers en chip af. Terwijl de heren zich omkleedden en opwarmden was het stil. Was het de spanning?

De stoet zette zich in gang naar de start. Wouter had weinig vertrouwen, wegens (te weinig) getraind. Voor het eerst zou hij, op een wedstrijd, met oortjes lopen. Waarom? Om het tempo hoger te kunnen houden. Dit jaar vertrok Wouter iets verder in het pak, om de motor niet onmiddelijk op te branden. Hij rondde de 3,2 kilometer in 12 minuten en 27 seconden, 15 seconden sneller als vorig jaar.

De wissel ging iets minder vlot dan de voorbije jaren, zowel door het gebruik van de nieuwe chip (te bevestigen aan het onderbeen) als door de massa waartussen gewisseld moest worden. Ik vond m’n fiets vrij snel, maar verloor kostbare tijd door een official die me gebood mijn oortjes uit te doen. Uiteindelijk stapte ik als 8ste duathleet op de fiets.
Al snel bleek dat de wind stevig blies. Ik moest kilometers lang alleen beuken alvorens ik aansluiting vond bij een duo dat voor me uitreed. Tijd om uit te blazen was er niet, want ik werd onmiddelijk gesommeerd om mee aan de kop te gaan sleuren. Met zijn drieën hielden we het tempo hoog (het tellertje stond steeds boven de 40km/u) en liepen we verschillende fietsers in. De laatste ronde ging het al wat moeizamer: de wind zwol nog aan, de vermoeidheid begon toe te slaan en door het grotere aantal fietsers, in verschillende rondes, werd het allemaal wat onoverzichtelijk. Op 4 kilometer van de finish demareerden er enkele renners uit ons groepje. Ik zette de achtervolging in, en het tempo schoot omhoog tot boven de 50km/u. Vlak voor de finish, in de kleine straatjes van Hamme haalde ik hen in, zodat we samen de wisselzone in fietsten.

Ik finishte in 57 minuten en 48 seconden.1 Minuut en 57 seconden trager dan het jaar voordien, maar toch tevreden, vermits de tijden algemeen veel trager lager dan vorig jaar. De wind? Het wisselsysteem? De chips (plaats van wissel)?
Wat de reden ook was, ik slaagde erin van 4 plaatsen te winnen, zodat Nick in 4e positie aan de loopproef kon beginnen.

Na het eerste van 3 rondjes kwam Nick voorbij met een van pijn vetrokken gezicht: last van de quadriceps. De vierde plaats leek echter niet in het gedrang te komen. Bij de tweede doortocht bleek echter dat de tegenstand vanuit de achtergrond sterk kwam opzetten. Ik liet mijn fietsschoenen staan, sprong in Wouter’s loopschoenen en klom over de nadar om Nick wat te hazen. Dat wierp zijn vruchten af, want het tempo kon wat de hoogte in. De 10 kilometer werd gelopen in 43 minuten en 42 seconden, de negende looptijd.

We eindigden zesde in de totale duathlon eindstand, en derde van de bedrijventeams. Doelstelling behaald, en vooral: een heel leuke namiddag gehad. Bedankt aan alle deelnemers en supporters, en tot volgend jaar!

Met de …

Trein naar Oostende.

Fiets naar het werk!

Een stralend zonnetje bewoog me ertoe eindelijk de stap te zetten. De banden van de mountainbike werden opgepompt, een fietsslot werd gekocht, een (te kleine) rugzak werd gevuld met kleren en eten.

In Meise pikte ik een collega op en samen verkenden we de fiets-sluipwegen richting hoofdstad. Op een dikke drie kwartier stonden we al in de parking. Het duurde iets langer dan met de wagen, maar wakker word je er wel van. Na een verfrissende douche smaakten de boterhammetjes eens zo goed.

Meer van dat!

Neuhaus

Ik moet iets bekennen. Ik heb gezondigd.

Waar ik zondag nog trots was de verleiding van een lekker pakje goudgele pretstaafjes te hebben kunnen weerstaan, werd vanmiddag mijn weerstand te hard op de proef gesteld.

Over de middag reden we met een paar collega’s naar de Neuhaus Factory Store, om een voorraad pralines in te slaan. Eenmaal daar kon ik het niet nalaten om te proeven. Een het bleef zelfs niet bij één enkele praline :-)

Om het goed te maken ben ik dan maar wat kilometertjes gaan afmalen…

Maar lekker dat het was! Het was het meer dan waard.

20km van Brussel: het verslag

Was het goed? Het was goed. Meer dan goed zelfs: het was uitstekend.

Rond half één was het verzamelen geblazen: de Bomma bleef in Londerzeel om op Laurens te passen (het regende iets te hard), zodat we met z’n vijven naar Brussel afzakten: Gunter (die niet deel zou nemen wegens een blessure), Jimmy, Leslie (al supporter), Godelieve (als supporter) en ik.

In de auto werd de klassieke vraag gesteld: wat denk je te lopen?
Jimmy hield het op ‘liefst onder de 2u’. Het was immers de eerste maal dat hij deze afstand liep.
En ik, ik hield het op: ‘ik ben heel tevreden met 1u25. Dan trakteer ik mezelf vanavond op frietjes’. Dat is namelijk 5 maanden geleden…

Godelieve antwoordde heel categoriek: “Frietjes? Niet wanneer je boven de 1u20 loopt!”. Van een uitdaging gesproken.

Ik ben absoluut niet de persoon die voor goede sportprestaties zichzelf gekke doelen voor ogen stelt. Ook al weet ik diep vanbinnen dat ik in principe met mijn ogen dicht 1u30 moet kunnen lopen, je zal me dat niet vaak horen zeggen. 1u20 leek me veel te snel. Ik had nog maar 2 keer onder 1u20 gelopen, en dat was bovendien op het oude (lees: kortere) parcours.

In Brussel vonden we al bij al nog vlot een parkeerplaats, en maakten ons ter plaatse klaar. Loopschoenen, hartslagmeter, GPS, iPod, vuilzak, …
Rond half twee arriveerden we aan het jubelpark, waar – in vergelijking met de voorbije jaren – er nog maar weinig lopers stonden aan te schuiven. Na het maken van de praktische afspraken wandelden we naar het einde van het park toe, om te kijken waar de maten lagen.

Rond kwart na twee werd het tijd om afscheid te nemen van de anderen om wat op te warmen en me naar mijn startpositie te begeven. Het bleek nogmaals hoe nuttig zo’n vuilzak wel niet is om warm in te blijven.
De Bolero liep over in de Brabançonne, en bij de knal van het kanon stoven de eerste 10.000 lopers weg. De volgende groepen zouden telkens met 6 minuten vertraging starten.

In de Wetstraat lag het tempo hoog. De dalende lijn en mijn positie in de kopgroep zorgden ervoor dat ik al na 3m15s het bord van de eerste kilometer passeerde. Wat verder stonden Godelieve, Leslie en Gunter. Ik had zelfs nog even tijd om te zwaaien, dus mentaal zat het wel goed.

Na het koninklijk paleis volgde de eerste bevoorrading. Vooraan lopen is op dat gebied een zegen, omdat je dan vlot de tuimte hebt om een flesje aan te nemen. Ik kan me moeilijk inbeelden hoe dit geordend kan verlopen als de massa daar aangestormd komt.

Ik besloot dezelfde techniek als vorig jaar toe te passen: proberen in het starttempo te blijven (minder dan 4 minuten per kilometer) en dat zo lang mogelijk, met zo weinig mogelijk verval, vol te houden. 1u25 was het doel, dus dat schema gaf me 5 minuten speling in de moeilijke laatste kilometers.

De tunnels kwamen en traditiegetrouw heeft mijn GPS daar geen ontvangst. Ook de sfeer was, zo ver vooraan in de wedstrijd, anders dan de andere jaren. Geen handgeklap of geroep, alleen het gebons van voeten op het asfalt. In het spoor van een vrouwelijke atlete en haar mannelijke begeleiders zet ik koers richting Ter Kamerenbos.
Kilometer na kilometer blijf ik onder de 4 minuten per kilometer duiken, zodat er alsmaar meer marge op mijn schema komt.

In Ter Kameren worden de bochten als vanouds scherm aangesneden. Door de snelheid is het wel opletten geblazen, want er ligt tal van mogelijk struikelmateriaal langs de kant. Bij het uitdraaien van Ter Kameren passeren we de matten van de 10km. Tijd: iets boven de 37 minuten, wat neerkomt op meer dan 5 minuten voorsprong op het schema van 1u25 en 3 minuten voorsprong op een (niet vooraf uitgerekend) schema van 1u20.

Vanaf dan begint het rekenwerk: elke kilometer die ik aan 4 minuten per kilometer kan blijven lopen is winst. Een halve kilometer verder passeert de Spa tempoloper van 1u15 mij. Het tempo gaat net iets te snel, en ik wil mezelf niet verbranden. Ik probeer het tempo strak te houden tot kilometer 12, waar het eindelijk bergawaarts gaat. De weg bedoel ik, niet mijn snelheid. Die schiet verder de hoogte in, dusdanig dat ik er steken van krijg in mijn zij.

Alles blijft vlot gaan, maar ik begin wat vaker op mijn horloge te kijken. En kijk uit naar een bevoorradingspost, want mijn tong voelt aan als een uitgewrongen dweil. Lang leve Isostar, al kleeft het goedje wel.

De brede lanen die volgen lopen zachtjes naar beneden, tot kilometer 17. Van daaruit draaien we naar links, de gekende Tervurenlaan op. Ik had bewust wat het tempo laten zakken de voorbije 2 kilometer, om iets extra’s in de tank te houden. En dat loonde: ik raapte nog wat lopers op, en verdapperde naarmate de finish dichterbij kwam. Nog snel een druivensuiker achter de kiezen, en de laatste twee kilometers werden ingezet.

Ongeloofelijk wat het beeld van de groter wordende triomfbogen met een mens doen: je stijgt boven jezelf uit, en jaagt het tempo nog meer de hoogte in.
In de laatste brede bocht hoorde ik Gunter nog supporteren, maar zien deed ik hem niet. Vlak voor de meet werd ik nog gepasseerd, maar mijn eindtijd was 1u16m26s, een 223 plaats.

Mijn beste tijd? Neen, ik liep al tweemaal sneller. Maar wel – met voorsprong – mijn beste positie. Ik ben niet vaak tevreden met een resultaat, maar ditmaal wel. Ik viel Godelieve gelukzalig in de armen.

Ook Jimmy leverde een sterke prestatie af, door binnen te komen in 1u en 53 minuten. Proficiat!

En de conclusie? Het zijn 5 zware maanden geweest op gebied van dieet en sport, maar alles was het waard.
En die frietjes? Die heb ik aan mij laten voorbij gaan.
Binnen 3 weken is er immers de Watermolentriathlon. En daarna de Dodentocht. En daarna…

Doelen met je hebben in het leven :-)

20km van Brussel: start-vraagstuk

Rechstreekse quote van de 20km-website:

Om de wedstrijd zo goed mogelijk te laten verlopen, zal het vertrek gebeuren in drie golven

Lijkt simpel genoeg, toch?

Maar dan heb je dit, officieel, kaartje van de start:

20001_30000

Ik herken hier 6 startzones in:

  • 1 – 100
  • handbike
  • 101 – 1500
  • 1501 – 10000
  • 10001 – 20000
  • 20001 – 30000

Dat 20001 tot 30000 een aparte golf vormt, spreekt – voor mij - voor zich.
Maar wat zijn dan de 2 andere golven?

Gaat men uit van 10000 deelnemers per golf?
Best mogelijk, maar dan moet er 10000 man door 1 smalle strook van de triomfboog en het jubelpark, en dan starten de nummers 1 tot 10000 tesamen. Waar is dan het voordeel voor de snellere lopers (startnummer lager dan 1500)?

Afwachten maar…

En wat het weer betreft, zondag in Brussel: 80% kans op regen, temperatuur tussen 13° en 17°C.
Volgens het KMI:

Eerst zwaar bewolkt met lichte regen of motregen, later wisselende bewolking met kans op onweerachtige buien

Fysieke toestand en zo

Nog 11 dagen, en één van mijn belangrijkste (sportieve) uitdagingen van 2010 gaat van start. De 20km van Brussel.

Na maanden van onthouding (wat betreft alcohol en zoetigheden) en gematigd intensief sporten zou er een bekroning moeten volgen aanstaande zondag.

Concreet verloor ik tot nog toe 11,6kg (in totaal) en maar liefst 20,5kg vetten. Die vetten zette ik voor een groot deel om in spieren, wat verklaart waarom mijn gewichtsafname zich niet verder zette.
Het gewich fluctueert wel een beetje, afhankelijk van de maaltijden en de geleverde inspanningen de dag ervoor. Ook een teken dat het wel goed zit qua gewicht. Als je niet scherp staat worden zo’n extraatjes amper opgemerkt bij het wegen.

En ook qua sport zit het goed: er wordt regelmatig gelopen, welliswaar niet de lange afstanden die ik gepland had. Op die tochtjes zit het vooral snor qua gemiddelde hartslag. Die is, algemeen gezien, 10 slagen lager dan vorig jaar, bij gelijke inspanning en snelheid.
Vanavond is het de laatste wedstrijd zaalvoetbal van dit seizoen, dus zullen er vanaf nu regelmatig snellere trainingen gelopen moeten worden.
Tenslotte is er nog het fietsen, dat, afhankelijk van de zin en omstandigheden, ook zijn plaatsje in de sportagenda kreeg.

Alleen maar goed nieuws dus? Wel, eigenlijk wel, maar toch is er de onzekerheid.

Na 14 jaar loopwedstrijden afgehaspeld te hebben weet ik als geen ander hoe belangrijk de vorm van de dag is. Je mag zo scherp staan als een mes, en honderden trainignskilometers gelopen hebben: als je benen die dag niet meewillen, kan je een goede prestatie op je buik schrijven.

Ik ga bewust niet uit van het slechtste, maar temper wel de verwachtingen. Vorig jaar had ik, ondanks weinig training en overgewicht, superbenen, en liep ik ook een goede tijd: 1u24.
Dit jaar ga ik uit van 1u30 als streefdoel. Ik passeerde bij de marathon van Antwerpen de streep van 21km op 1u37, dus dat moet zeker haalbaar zijn. Al wat ik sneller kan dan 1u30 is mooi meegenomen.

En qua tijdschema? Ik voel wel wat voor de indeling van vorig jaar: starten aan +/- 4 minuten per kilometer, en dat zo lang mogelijk vol te houden. Als ik dat kan volhouden tot aan de 10 kilometer, mag mijn tempo van dan af aan zakken tot 5 minuten per kilometer, en kom ik toch nog binnen het anderhalf uur aan. Alles wat na kilometer 10 toch nog sneller kan is weer pure winst.

But then again: alles valt of staat bij goede benen (en voor een dele ook goed weer). Duimen dus!

Geen kampioen

Tot gisterenavond 22u zag het er nog goed uit: met nog 3 wedstrijden te spelen konden we kampioen worden. Enige voorwaarde: we moesten alle resterende wedstrijden winnen. Welliswaar was een van deze wedstrijden tegen de leider, tegen wie we een week terug 0-5 de boot in gingen.

Voor de wedstrijd van gisteren probeerden we, vanzelfsprekend, een zo sterk mogelijke ploeg op te stellen. Bert (training) en Gunter (blessure) konden er niet bij zijn. Hun plaats werd ingenomen door Nick en Johan, waardoor we met een onuitgegeven ploeg aan de aftrap verscheven.

Even nog hadden we er goed oog in, toen hun beste man op het veld er niet bij leek te zijn. Spijtig genoeg ging het gewoon om een sanitaire stop.
En stop, dat hebben we vaak geroepen, of toch gedacht. 11-1 werd het. Droogweg.

Kampioen worden we dus niet nee, maar promotie zit er nog steeds in. De volgende 2 wedstrijden winnen, en volgend jaar spelen we in de hoogste afdeling. Of we blij moeten zijn dat we daarin onze opponenten van gisteren nog tweemaal partij moeten/mogen geven, dat laat ik graag in het midden.