Tag Archieven: Godelieve

Voorbereiding seizoen – week 8

Februari loopt op zijn laatste beentjes, en zo passeerde ook de achtste week van mijn voorbereiding. Binnen 4 weken al staat de eerste wedstrijd op het programma, de Pegasusloop in Londerzeel.

Ook al werken de omstandigheden niet echt mee, toch hou ik halsstarrig vast aan mijn zelf opgelegd regime.

De cijfertjes:

  • Ik ging deze week slechts 3 keer lopen: 5km, 5,7 km en 14,7km. In totaal dus 25,4km in 1u55.
  • Voetballend stond ik deze week ook 3 keer tussen de lijnen, veel meer dan de andere weken: op maandag en woensdag met de Stallions, op vrijdag met de Relegators
  • Fietsen is er niet van gekomen deze week. Dus geen Brussel-Opwijk op zaterdag, en ook geen pijlrit Wolvertem op zondag. We zijn dan maar gaan lopen ter vervanging :-)

En de weegschaal? Die kreunt alsmaar minder onder mijn gewicht. Sinds vorige week verloor ik 1,7 kilogram, waarvan 1,3 kilogram vetten. En dat ondanks een copieus maal gisteren. Godelieve werd maar een keer 30 :-)

Deze week staat er geen voetbal op het programma, dus kan er naar hartelust gelopen worden :-)

Dodentocht 2010: het verslag

Het ergste leed is alweer enkele dagen geleden, en eindelijk vind ik de moed om een verslagje op te stellen over de Dodentocht, editie 2010.

Londerzeel – 17u00:
Dat het niet voor niets vrijdag de 13e is, valt zowat aan alles te merken . De voorbereidingen voor Laurens’ feestweekend lopen uit en niets lijkt in orde te komen. Van de spanning krijg ik amper een hap door mijn keel.
Kevin, die gekend staat om zijn licht afwijkende uurregeling is op tijd, maar deze keer ben ik niet klaar voor vertrek.

Londerzeel – 18u10:
We kunnen eindelijk vertrekken. Ik heb het gevoel dat de fietszakken van Godelieve correct gevuld zijn en dat de voorraad voor Wouter klaar is. Met z’n tweeën rijden we – ieder in zijn eigen wagen – richting Bornem. Parkeren doen we als vanouds op de Puursesteenweg, wat nog een behoorlijk stukje stappen is tot aan de start. We worden voorbijgereden door een toeterende wagen. Het is CTG-collega Christine die op weg is naar huis.

Bornem – 18u45:
De startstrook is anders ingedeeld dan vorig jaar. Veel deelnemers die vorig jaar achteraan moesten starten hebben hun lesje geleerd en zijn ruimschoots op tijd gearriveerd. Wij spijtig genoeg niet. Met een vriendelijk woord en een verontschuldigende glimlach banen we ons een weg dichter naar de finish. Kevin plaatst zijn klapstoeltje op pakweg 200m van de startlijn, met een 400 tal deelnemers voor ons. Het wachten kan beginnen.

Bornem – 20u25:
De spanning snijdt door de massa. Wie nog neerzat staat haastig recht. Niemand weet waarom, het is immers nog meer dan een halfuur wachten. Enkele regendruppels doen de sfeer danig zakken. Iedereen kent de weersvoorspelling (af en toe een bui), maar hoopt van harte dat Frank & Sabine zich vergissen.

Bornem – 21u00:
Vlak voor de start. Al het afval wordt naar de kant van de weg gesmeten. Ik geef Kevin nog een stevige knuffel en wens hem alle succes. Hij is beter getraind dan ik, maar toch hoop ik hem tot na de finish niet terug te zien. Eergevoel, weet je wel?

Bornem – 21u01:
Hopla, we zijn vetrokken! Een drukte van jewelste. De wandelaars voor me vormen een quasi ondoordringbare haag. Het duurt tot voorbij Bornem centrum alvorens ik wat tempo kan maken. Ik kon wel duidelijk de Relegators onderscheiden langs de kant van de weg. Tof dat ze me een hart onder de riem komen steken!

Temse – 21u14:
Bornem centrum ligt achter ons, en we lopen parallel aan de N16. Het tempo ligt hoog, maar dat is nu eenmaal mijn stijl. Dankzij dit tempo haal ik verschillende lopers en wandelaars in.
In de bocht aan Temse Brug passeer ik Wouter en Jan, die ik Kevin’s Vaseline overhandig. Een korte update leert me dat ik in zesde positie loop. Blijkbaar ben ik sneller aan het lopen dan gedacht…

Temse – 21u23:
Het lopen gaat vlot. Mijn hiel doet wel pijn, maar het is draaglijk. Bovendien lijkt het droog te zullen blijven, wat zonder meer een positief effect heeft op mijn gemoedstoestand. Wouter heeft ondertussen de iPod aangesloten op de luidsprekers die met tape zijn vastgemaakt aan zijn fiets. De bonkende beats zorgen voor een constant tempo.
Op de scheldedijk passeer ik twee oude bekenden: iemand uit mijn schooltijd en een ex-Deltaan. Leuk om even een praatje te slaan en de verwachtingen te toetsen.

Weert – 21u31:
Wanneer we de scheldedijk aflopen draaien we het dorp van Weert binnen, waar zich de eerste controlepost bevindt. Ondertussen loop ik in vierde positie, maar enkele meters verder staat er een politiewagen te wachten: we lopen te snel. Wanneer de wagen even later vertrekt zijn we met 9 lopers. Ik tracht mijn gebruikelijk looptempo aan te houden. Dat is welliswaar te snel voor de Dodentocht, maar voor het eerst in maanden heb ik zin om te lopen. Ik heb, zo zal achteraf blijken, de eerste 7,4 kilometer afgelegd in 30 minuten, goed voor een gemiddelde snelheid van 14,8 km/u.

Branst – 21u50:
Voor mij loopt er slechts één loper wanneer ik de kerk van Branst voorbij loop. Hier staan Peter en Christine me toe te schreeuwen. Even verder sluit er een groepje aan bij mij, en met zijn drieën zetten we de achtervolging in op de eerste loper. Het tempo gaat danig de hoogte in.

Bornem – 22u00:
In de dreef naar het ziekenhuis toe is er een samensmelting vooraan. Eén loper versnelt, en in een vlaag van euforie steek ik een tandje bij. Het tempo vliegt omhoog, tot bijna 18km/u, wanneer we de mensenmassa in Bornem passeren. Rijen toeschouwers applaudiseren en schreeuwen ons toe. Geschiedenis wordt geschreven: ik passeer Bornem op een gedeelde eerste plaats!

Roddam – 22u19:
Na Bornem centrum gepasseerd te zijn laat ik bewust het tempo zakken. Mijn moment de gloire is voorbij, nu begint de overlevingstocht. Naar de controlepost in Roddam, Friesland Foods, is het slechts een aantal kilometer lopen. Na 1 uur en 19 minuten wedstrijd heb ik meer dan 17 kilometer afgelegd. Tot nu toe haal ik een gemiddelde van 13,32km/u, vooral door de snelle start.

Hingene – 22u35:
Nu volgt er een lang stuk van 7 kilometer, dat grotendeels langs de scheldedijk loopt. Het contrast kan niet groter zijn: van de vele café’s en standjes met discobar en barbecue, naar de volmaakte stilte aan de oevers van de Schelde. Ik heb mijn eigen tempo gevonden, en laat de andere lopers hun ding doen. Ruben loopt me voorbij, en we wensen elkaar succes. Ik weet dat ik hem alvast niet meer zal terugzien. Wouter maakt een grapje dat iedereen ofwel veel vertrouwen heeft, ofwel helemaal niet, vermits nog niemand gebeld heeft. Terstond gaat zijn telefoon over: Godelieve. Ik neem even de GSM over en sla een praatje, waarin ik haar geruststel dat ik vanaf nu zal doseren.

Wintam – 23u01:
We zijn twee uurtjes onderweg wanneer ik de matten in Wintam passeer, na 24 kilometer wedstrijd. Ondertussen is lopen zowat joggen geworden, al ligt het tempo nog boven de 10 kilometer per uur. De eerste echt donkere baantjes liggen achter ons, maar er zullen er nog een pak meer volgen.

Kalfort – 23u56:
Vorig jaar wist ik tussen Kalfort en Wintam al dat ik in Breendonk ging opgeven. Toen was de pijn in mijn teen niet te harden. Ook vandaag heb ik last, veel last zelfs, maar ditmaal moet ik geen rekening houden met een mogelijke bevalling. Door het ontbreken van dat soort zorgen kan ik me volledig focussen op de wedstrijd. Vlak voor Kalfort stretch ik een eerste keer. De temperatuur daalt gevoelig, en dat – in combinatie met 6 weken geen training – zorgt ervoor dat mijn spieren snel opstijven.
Na de lange rechte banen richting Kalfort passeer ik de scanning vlak voor middernacht, na 2 uur en 55 minuten. Mijn snelheid tussen Wintam en kalfort is voor het eerst gedaald onder de 10 kilometer per uur, vooral door de minutenlange stretching.

Breendonk (Duvel) – 00u43:
Op weg naar Breendonk krijg ik verschillende telefoontjes, vooral met de vraag wanneer ik zal arriveren. Volgens mijn schema (uit 2007, met aankomst om 11u) rond twintig voor een. De kou zorgt voor nog meer krampen. Om deze te bekampen zoek ik mijn toevlucht in Dextro Energy, met extra magnesium.
In Brouwerij Duvel zelf is de bevoorrading aangepast, maar die laat ik links liggen. Ik weet immers dat Godelieve buiten op me wacht, en ik vanaf dan twee begeleiders per fiets zal hebben.
Buiten wacht trouwens nog een verrassing: niet alleen mijn vader staat me aan te moedigen, maar ook zowat de hele Relegators ploeg is van de partij. Een opsteker van jewelste!

Londerzeel Sint-Jozef – 01u20:
Je moet het maar doen: op amper 2 kilometer van je eigen huis verloren lopen. Dit is nu al de tweede keer dat dit me overkomt tijdens de Dodentocht: ook in 2008 overkwam het me, in Steenhuffel. Ditmaal waren de pijlen dermate goed weggestopt dat zelfs de fietsers ze 2 keer voorbij gereden zijn.
Niet getreurd echter: aan het monument bij Blauwenhoek wacht een hele delegatie supporters: de Relegators, maar ook enkele leden van Kiwanis, waaronder Pascal en Emilie. Ik stop even op te babbelen, maar het is te koud om al te veel tijd te verspelen.

Steenhuffel – 01u55:
Normaliter staat vlak voor de brouwerij van de Palm het bord van de 50 kilometer te pronken. Ik stuur Wouter vooruit om zich alvast klaar te zetten met het fototoestel in de aanslag. Het blijkt een maat voor niets, want ik arriveer in de brouwerij zonder het bord gepasseerd te zijn. Daar staan opnieuw de Relegators te wachten, samen met mijn vader.
Ondertussen zijn we quasi halfweg (49km) en zijn we nog geen 5 uur aan het lopen (4 uur en 54 minuten).

Merchtem – 02u55:
Het stuk van Steenhuffel naar Merchtem voert ons traditioneel langs betonnen boerenbaantjes, tussen de velden. De sfeer zit er nog steeds in, ook al komen we vanaf nu geen levende ziel meer tegen.
Vlak voor de aankomst in Merchtem verlies ik mijn enige overgebleven ballon. Die hinderde trouwens meer dan je je kan voorstellen, maar toch vind ik het spijtig.
Na bijna 57km wedstrijd is het tijd om de benen even los te gooien. Gunter kwijt zich uitstekend van zijn taak :-)
Nu volgt, wat mij betreft, het zwaarste stuk: tussen Merchtem naar Buggenhout liggen 9,5 kilometer landwegjes, de langste resterende afstand in één stuk.

Buggenhout – 04u10:
Het is ondertussen diep in de nacht geworden wanneer we in de totale duisternis van Buggenhout Bos lopen. Ik kan me niet voorstellen wat het moet zijn om hier alleen te lopen, zonder verlichting. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen, maar toch kwamen we geregeld lopers tegen die geen verlichting bij zich hadden.
Het losgooien van de benen heeft zijn vruchten afgeworpen, want ik heb geen krampen meer. Het tempo is zelfs lichtjes de hoogte ingegaan.

Lippelo – 05u32:
Tussen Buggenhout en Lippelo liggen ook bijna 10 lange kilometers, maar deze werden in 2 gesneden door de tussenstop in Opdorp. Een mooie tussenpost trouwens (zoals de organisatie hem noemt), alleen had ik er de gratis Minute Maid niet mogen drinken.
Op weg naar Lippelo begint de ochtendschemering zichtbaar te worden. Daarmee komt ook de grootste koude opzetten. In de bevoorrading graai ik enkele tassen koffie mee voor Wouter en Godelieve, die verkleumde handen hebben. Gunter houdt zich sterk, die drinkt geen koffie.
Door die koffiepauze missen we een foto bij het bord van de 75 kilometer. Volgend jaar moeten we beter afspreken.

Puurs – 06u26:
Het is spijtig dat, wanneer je zo dicht bij Bornem bent, je nog een extra lus moet maken. Gelukkigerlijk beginnen de zonnestralen ons alvast wat te verwarmen. In de bevoorrading zet ik me zowaar even neer, om even te genieten van een koude Cola. Al wat rest tussen Puurs en de finish zijn 20 kilometers. Het wekt dan ook weinig verbazing op dat ik de resterende kilometers mentaal probeer in te beelden met referentiepunten uit de 20km van Brussel.

Oppuurs – 07u07:
Tussen Puurs en Opuurs ligt vooral Broek. Mooie gronden voor een wandeling op een zondagmiddag, maar niet wanneer je al zoveel kilometers in de benen hebt. Ik loop mijn laatste stukjes, en schakel over op wandelen. Niet slenteren of zwalpen, zoals enkele jaren terug, maar stevig doorwandelen.

Sint-Amands – 07u55:
Een klein stukje wandelen naar Sint-Amands, dat als vanouds zowat de poort is naar de finale. De moraal is nog hoog, de muziek soms hilarisch. Gunter moest ons spijtig genoeg verlaten, wegens andere (voetbal-) verplichtingen.
Eenmaal we langs de spoorweg wandelen beseffen we dat het niet ver meer is tot aan de sporthal. De dijk wenkt!

Branst – 08u40:
De weg naar de dijk is wat hertekend, maar eindelijk bereiken we de Schelde.
In principe mogen fietsers niet meer op de dijk, maar daar vegen we onze voeten aan. De maatregel geldt vooral voor deze namiddag, wanneer de grote massa passeert, en voor de wielertoeristen. Niet zozeer voor fietsers aan 8km/u :-)
Onderweg naar de legendarische Zates passeert er een wandelaar me, die vraagt hoever het nog is. Dankzij de GPS kan ik antwoorden, en ik besluit aan te pikken. Het tempo gaat terug wat omhoog.
Het bruggetje op en af bij Zates, en we beginnen aan de laatste 5,4 kilometer.

Bornem – 09u31
Zoals steeds duurden de laatste 5 kilometers het langst. Vraag me niet hoe het komt, maar telkens opnieuw doe ik dezelfde vaststelling. Is het omdat je zo uitkijkt naar het einde? Komt het door de lastige klimmetjes? Of is het puur psychologisch?
Gelukkigerlijk heb ik nog steeds gezelschap: Godelieve en Wouter (met de fiets), en de wandelaar die me nu al 6 kilometer gezelschap houdt en ervoor zorgt dat het tempo zelfs iets te snel gaat.
Bij het bord van 1 kilometer vraag ik Wouter en Godelieve om alvast naar de finish te gaan. Ze mogen met de fiets toch niet naast mij blijven, en anders zouden ze de finish missen.
De laatste 750 spelen zich af tussen de dranghekken. Veel supporters staan er niet, zeker niet vergeleken met gisterenavond, maar dat maakt de aanmoedigingen er niet minder om.
Na de laatste bocht staat mijn delegatie: Godelieve, Wouter, Opa en… Laurens. Die is blij om zijn papa te zien, en heeft zelfs bloemetjes mee!
Hij mag mee over de finish, maar daar heeft hij niet zo’n zin in, blijkbaar.

Samenvatting:
Vooraf gaf niemand een cent voor mijn kansen. De beste prognoses gingen tot Breendonk.
Ik verbaasde mezelf door mijn tempo tot kilometer 15. Als eerste door Bornem lopen geeft een kick die ik nog nooit eerder meemaakte. Dat is iets wat ik bij een volgende deelname absoluut opnieuw wil realiseren.
Moest ik wat meer kunnen trainen hebben de afgelopen weken, dan had ik minder snel krampen gekregen en had ik langer aan een hoger tempo kunnen lopen. Zeker tussen kilometer 37 en 50 verspeelde ik vele minuten met stretching. Vaak preventief, maar desalniettemin noodzakelijk.
Het wandelen was veel beter. Het tempo bleef steeds boven de 6 kilometer per uur, ook zonder tussentijdse loopsprintjes.
En de aankomst, die bleef zwaar.

En volgend jaar? De Dodentocht gaat steeds plaatsvinden rond Laurens’ verjaardag, wat het organiseren van feestjes er niet makkelijker op maakt. En mijn zoon krijgt voorrang. Maar we zien wel, je wete immers nooit wat de toekomst brengt…

Watermolentriathlon: verslag

Never change a winning team, pleegt men soms nog wel eens te zeggen. Soms breekt nood echter wet: door een schoolverplichting kon Kevin dit jaar niet deelnemen. In Nick vonden we een bereidwillige en overgekwalificeerde vervanger voor de 10 kilometer.

Rond half een vertrokken we richting Hamme. We, dat is Godelieve, Laurens, Opa, Wouter en ik. Nick en zijn vader reden rechtstreeks naar Hamme en haalden reeds de borstnummers en chip af. Terwijl de heren zich omkleedden en opwarmden was het stil. Was het de spanning?

De stoet zette zich in gang naar de start. Wouter had weinig vertrouwen, wegens (te weinig) getraind. Voor het eerst zou hij, op een wedstrijd, met oortjes lopen. Waarom? Om het tempo hoger te kunnen houden. Dit jaar vertrok Wouter iets verder in het pak, om de motor niet onmiddelijk op te branden. Hij rondde de 3,2 kilometer in 12 minuten en 27 seconden, 15 seconden sneller als vorig jaar.

De wissel ging iets minder vlot dan de voorbije jaren, zowel door het gebruik van de nieuwe chip (te bevestigen aan het onderbeen) als door de massa waartussen gewisseld moest worden. Ik vond m’n fiets vrij snel, maar verloor kostbare tijd door een official die me gebood mijn oortjes uit te doen. Uiteindelijk stapte ik als 8ste duathleet op de fiets.
Al snel bleek dat de wind stevig blies. Ik moest kilometers lang alleen beuken alvorens ik aansluiting vond bij een duo dat voor me uitreed. Tijd om uit te blazen was er niet, want ik werd onmiddelijk gesommeerd om mee aan de kop te gaan sleuren. Met zijn drieën hielden we het tempo hoog (het tellertje stond steeds boven de 40km/u) en liepen we verschillende fietsers in. De laatste ronde ging het al wat moeizamer: de wind zwol nog aan, de vermoeidheid begon toe te slaan en door het grotere aantal fietsers, in verschillende rondes, werd het allemaal wat onoverzichtelijk. Op 4 kilometer van de finish demareerden er enkele renners uit ons groepje. Ik zette de achtervolging in, en het tempo schoot omhoog tot boven de 50km/u. Vlak voor de finish, in de kleine straatjes van Hamme haalde ik hen in, zodat we samen de wisselzone in fietsten.

Ik finishte in 57 minuten en 48 seconden.1 Minuut en 57 seconden trager dan het jaar voordien, maar toch tevreden, vermits de tijden algemeen veel trager lager dan vorig jaar. De wind? Het wisselsysteem? De chips (plaats van wissel)?
Wat de reden ook was, ik slaagde erin van 4 plaatsen te winnen, zodat Nick in 4e positie aan de loopproef kon beginnen.

Na het eerste van 3 rondjes kwam Nick voorbij met een van pijn vetrokken gezicht: last van de quadriceps. De vierde plaats leek echter niet in het gedrang te komen. Bij de tweede doortocht bleek echter dat de tegenstand vanuit de achtergrond sterk kwam opzetten. Ik liet mijn fietsschoenen staan, sprong in Wouter’s loopschoenen en klom over de nadar om Nick wat te hazen. Dat wierp zijn vruchten af, want het tempo kon wat de hoogte in. De 10 kilometer werd gelopen in 43 minuten en 42 seconden, de negende looptijd.

We eindigden zesde in de totale duathlon eindstand, en derde van de bedrijventeams. Doelstelling behaald, en vooral: een heel leuke namiddag gehad. Bedankt aan alle deelnemers en supporters, en tot volgend jaar!

20km van Brussel: het verslag

Was het goed? Het was goed. Meer dan goed zelfs: het was uitstekend.

Rond half één was het verzamelen geblazen: de Bomma bleef in Londerzeel om op Laurens te passen (het regende iets te hard), zodat we met z’n vijven naar Brussel afzakten: Gunter (die niet deel zou nemen wegens een blessure), Jimmy, Leslie (al supporter), Godelieve (als supporter) en ik.

In de auto werd de klassieke vraag gesteld: wat denk je te lopen?
Jimmy hield het op ‘liefst onder de 2u’. Het was immers de eerste maal dat hij deze afstand liep.
En ik, ik hield het op: ‘ik ben heel tevreden met 1u25. Dan trakteer ik mezelf vanavond op frietjes’. Dat is namelijk 5 maanden geleden…

Godelieve antwoordde heel categoriek: “Frietjes? Niet wanneer je boven de 1u20 loopt!”. Van een uitdaging gesproken.

Ik ben absoluut niet de persoon die voor goede sportprestaties zichzelf gekke doelen voor ogen stelt. Ook al weet ik diep vanbinnen dat ik in principe met mijn ogen dicht 1u30 moet kunnen lopen, je zal me dat niet vaak horen zeggen. 1u20 leek me veel te snel. Ik had nog maar 2 keer onder 1u20 gelopen, en dat was bovendien op het oude (lees: kortere) parcours.

In Brussel vonden we al bij al nog vlot een parkeerplaats, en maakten ons ter plaatse klaar. Loopschoenen, hartslagmeter, GPS, iPod, vuilzak, …
Rond half twee arriveerden we aan het jubelpark, waar – in vergelijking met de voorbije jaren – er nog maar weinig lopers stonden aan te schuiven. Na het maken van de praktische afspraken wandelden we naar het einde van het park toe, om te kijken waar de maten lagen.

Rond kwart na twee werd het tijd om afscheid te nemen van de anderen om wat op te warmen en me naar mijn startpositie te begeven. Het bleek nogmaals hoe nuttig zo’n vuilzak wel niet is om warm in te blijven.
De Bolero liep over in de Brabançonne, en bij de knal van het kanon stoven de eerste 10.000 lopers weg. De volgende groepen zouden telkens met 6 minuten vertraging starten.

In de Wetstraat lag het tempo hoog. De dalende lijn en mijn positie in de kopgroep zorgden ervoor dat ik al na 3m15s het bord van de eerste kilometer passeerde. Wat verder stonden Godelieve, Leslie en Gunter. Ik had zelfs nog even tijd om te zwaaien, dus mentaal zat het wel goed.

Na het koninklijk paleis volgde de eerste bevoorrading. Vooraan lopen is op dat gebied een zegen, omdat je dan vlot de tuimte hebt om een flesje aan te nemen. Ik kan me moeilijk inbeelden hoe dit geordend kan verlopen als de massa daar aangestormd komt.

Ik besloot dezelfde techniek als vorig jaar toe te passen: proberen in het starttempo te blijven (minder dan 4 minuten per kilometer) en dat zo lang mogelijk, met zo weinig mogelijk verval, vol te houden. 1u25 was het doel, dus dat schema gaf me 5 minuten speling in de moeilijke laatste kilometers.

De tunnels kwamen en traditiegetrouw heeft mijn GPS daar geen ontvangst. Ook de sfeer was, zo ver vooraan in de wedstrijd, anders dan de andere jaren. Geen handgeklap of geroep, alleen het gebons van voeten op het asfalt. In het spoor van een vrouwelijke atlete en haar mannelijke begeleiders zet ik koers richting Ter Kamerenbos.
Kilometer na kilometer blijf ik onder de 4 minuten per kilometer duiken, zodat er alsmaar meer marge op mijn schema komt.

In Ter Kameren worden de bochten als vanouds scherm aangesneden. Door de snelheid is het wel opletten geblazen, want er ligt tal van mogelijk struikelmateriaal langs de kant. Bij het uitdraaien van Ter Kameren passeren we de matten van de 10km. Tijd: iets boven de 37 minuten, wat neerkomt op meer dan 5 minuten voorsprong op het schema van 1u25 en 3 minuten voorsprong op een (niet vooraf uitgerekend) schema van 1u20.

Vanaf dan begint het rekenwerk: elke kilometer die ik aan 4 minuten per kilometer kan blijven lopen is winst. Een halve kilometer verder passeert de Spa tempoloper van 1u15 mij. Het tempo gaat net iets te snel, en ik wil mezelf niet verbranden. Ik probeer het tempo strak te houden tot kilometer 12, waar het eindelijk bergawaarts gaat. De weg bedoel ik, niet mijn snelheid. Die schiet verder de hoogte in, dusdanig dat ik er steken van krijg in mijn zij.

Alles blijft vlot gaan, maar ik begin wat vaker op mijn horloge te kijken. En kijk uit naar een bevoorradingspost, want mijn tong voelt aan als een uitgewrongen dweil. Lang leve Isostar, al kleeft het goedje wel.

De brede lanen die volgen lopen zachtjes naar beneden, tot kilometer 17. Van daaruit draaien we naar links, de gekende Tervurenlaan op. Ik had bewust wat het tempo laten zakken de voorbije 2 kilometer, om iets extra’s in de tank te houden. En dat loonde: ik raapte nog wat lopers op, en verdapperde naarmate de finish dichterbij kwam. Nog snel een druivensuiker achter de kiezen, en de laatste twee kilometers werden ingezet.

Ongeloofelijk wat het beeld van de groter wordende triomfbogen met een mens doen: je stijgt boven jezelf uit, en jaagt het tempo nog meer de hoogte in.
In de laatste brede bocht hoorde ik Gunter nog supporteren, maar zien deed ik hem niet. Vlak voor de meet werd ik nog gepasseerd, maar mijn eindtijd was 1u16m26s, een 223 plaats.

Mijn beste tijd? Neen, ik liep al tweemaal sneller. Maar wel – met voorsprong – mijn beste positie. Ik ben niet vaak tevreden met een resultaat, maar ditmaal wel. Ik viel Godelieve gelukzalig in de armen.

Ook Jimmy leverde een sterke prestatie af, door binnen te komen in 1u en 53 minuten. Proficiat!

En de conclusie? Het zijn 5 zware maanden geweest op gebied van dieet en sport, maar alles was het waard.
En die frietjes? Die heb ik aan mij laten voorbij gaan.
Binnen 3 weken is er immers de Watermolentriathlon. En daarna de Dodentocht. En daarna…

Doelen met je hebben in het leven :-)

DVV Antwerp Marathon: verslag

Twee weken terug was het nog een dilemma: deelnemen aan de marathon of niet? Het werd dus, zoals door velen verwacht, deelnemen.

Zaterdagavond werd afgesloten met een kleine barbecue thuis, gevolgd door nog wat studeren. Zondag zou immers te hectisch worden. Godelieve besloot mee te gaan om me te ondersteunen, maar niet met de fiets. Voor Laurens werd een middagmaal voorbereid.

Zondagmorgen vertrokken we rond 8u richting Linkeroever. De drukte viel nog goed mee, die zou waarschijnlijk pas komen wanneer de volkstoeloop voor de 10 Miles begon. Ik maakte me klaar, gaf vrouw en kind een dikke zoen en begaf me naar de tent om me in te schrijven. Wat later loop ik ook Kevin tegen het lijf, en wandelen we samen richting start.

Onmiddelijk na de start scheiden onze wegen al: we besloten ieder ons eigen tempo te lopen. In tegenstelling tot 2 jaar terug wil ik dit keer niet al te snel starten. Toch duurt het meer dan 5 kilometer alvoren de roze balonnen (richttijd: 2u59) me passeren. Niet omdat ik zó snel liep, maar omdat we op de eerste startrij stonden.

Rond kilometer 6 (hoek Brouwersvliet – Kaaien) staan Godelieve en Laurens te supporteren. Snel een kusje voor beiden, en het t-shirt van de organisatie achterlaten, en terug op weg. Op de kaaien geraak ik aan de babbel. Het tempo is dus goed, en de mensen in mijn loopbubbel mikken op ene tijd tussen de 3u10 en 3u45. Misschien wat te snel, maar zo deel ik nu eenmaal al mijn wedstrijden in.

Rond kilometer 7 merk ik de blauwe balonnen achter me op (richttijd 3u15). Ik verhoog bewust mijn tempo niet, om niet meer de fout te maken die ik 2 jaar terug maakte. Ditmaal loop ik op gevoel en op hartslagmeter, niet op het ritme van deze pace runners.

Kilometer per kilometer verdwijnt er onder mijn voeten, en de balonnen blijven hangen op 200 meter. telkens motiveer ik mezelf door er nog een kilometertje bij te doen. De hartslag blijft ondertussen mooi op schema.

Rond kilometer 16 passeert er me een groepje lopers. Ik pik aan: hun tempo en loophouding lijken me wel wat. Ik verschuil me uit de wind achter hun rug en gedij mee op het tempo.

We passeren kilometer 20, 25 en 30, met steeds de blauwe balonnen enkele honderden meters achter ons. Mijn compagnons de route gaan voor een tijd tussen de 3u en 3u10. Ze waarschuwen me voor de terugslag die er gaat komen vanaf kilometer 35. Ik ben daar echter al vertrouwd mee :-) Ondertussen ben ik ook Jan gepasseerd en weet ik dat kevin het goed aan het doen is. Ik had het niet anders verwacht.

Op kilometer 32 duiken we park Rivierenhof in en begint het zwaar te worden. Drank wordt gedeeld en mijn voorraad druivensuiker wordt uitgedeeld. Op kilometer 37, bij het uitlopen van het park, besluit ik het groepje te lossen: liever het tempo met 1 minuut per kilometer laten dalen, dan geparkeerd te staan met krampen.

Wanneer kilometer 40 bereikt is, verdapper ik een beetje. Zo lang is het niet meer, en de Grote Markt wenkt. Wanneer we opnieuw de brouwservliet oplopen gaat het tempo nog wat meer omhoog, om quasi in sprint de laatste kilometer in te zetten. Ik arriveer in 3u en 17 minuten. Niet meer snelste marathon, maar een pak boven de verwachtingen!

Het filmpje van de aankomst staat op deze link.

Een dikke pluim trouwens voor de organisatie: goede seingevers, en heel regelmatige bevoorrading (elke 5 kilometer water en sportdrank, elke 2,5 kilometer water en op 15, 25 en 35 kilometer bananen). Ze zijn er zelfs in geslaagd de marathon iets minder saai te maken.

Ook een dikke proficiat voor Kevin, die zijn eerste marathon tot een goed einde bracht!!!

Tarwe

Drie jaar geleden was het ook zo’n weer: zonnig, niet te warm, maar aangenaam lenteweem. Aangenaam was ook de dag zelf: de voorbereiding, de limo’s, de foto’s, het samenzijn met vrienden en familie.

Drie jaar geleden trouwden we. Onze tarwe huwelijksverjaardag.

Dertien jaar geleden (dag op dag) begon onze relatie. Onze kanten relatieverjaardag. Onze relatie is er nog steeds. Ik kan nog steeds op Godelieve bouwen. De locatie waar we elkaar leerden kennen is er ondertussen niet meer. Daar werd ook op gebouwd.

Bestaat er een mooiere metafoor? Onze relatie groeit en wijzigt, naargelang de behoefte. De locatie eveneens: van discotheek naar appartementsgebouw. Binnen 30 jaar een nieuw rusthuis?

Marathon van Antwerpen: dilemma

Volgende week zondag vindt de Marathon van Antwerpen plaats. Twee jaar geleden was ik al van de partij, en echt onder de indruk was ik er niet van: het parcours was behoorlijk monotoom. Toch kriebelt het opnieuw, maar de twijfels zijn eveneens van de partij.

Waarom zou ik deelnemen?
Eerst en vooral: de uitdaging. Een marathon is en blijft een fysische en mentale uitdaging, ongeacht de conditie en trainingsintensiteit.
Bovendien is Kevin van de partij. Niet dat we gaan samen laten, maar wel altijd goed voor de moraal.
Tenslotte is het een goede graadmeter voor de 20km van Brussel, en een goede training voor de Dodentocht.

Waarom zou ik niet deelnemen?
De dag ervoor vindt er een (zwaar) feestje plaats, en de marathon start ‘s morgens (half tien). Onmiddelijk na aankomst zou ik me naar huis moeten gaan omkleden, om rond 14u te arriveren op een babyborrel. Omstreeks 18u wordt ik opnieuw in Londerzeel verwacht, om vandaar uit te vertrekken naar Anderlecht. Om het plaatje helemaal compleet te maken wordt ik op maandagmorgen in Nederland verwacht om een examen gaan af te leggen. Het is dus niet alleen de tijdsrestrictie, maar ook de mogelijkheid om te kunnen leren.
Niet dat het noodzakelijk is, maar de vorige keer was Godelieve erbij (op de fiets). Deze keer kan dit niet.
Tenslotte is en blijft het een lelijk parcours en is de deelnameprijs behoorlijk hoog: 40 euro voorinschrijving, 50 euro op de dag zelf.

Afwachten dus. Vermoedelijk zal het van de zin van de dag (of de dag ervoor) en de geblokte leerstof afhangen of ik al dan niet aan de start verschijn. De 10 Miles is geen optie, vermits deze pas in de namiddag start.

Voor de geïnteresseerden heb ik alvast het parcours op een GPS-kaart uitgetekend:

10_miles

Voorlezen

Godelieve en ik zouden graag beginnen met voorlezen bij het in bed stoppen van Laurens. We beseffen ter dege dat hij daar nog niets (of toch zeer weinig) van zal opsteken, maar algemeen wordt dit wel aangeraden.

Vandaar de vraag: welke (voorlees-) boeken kunnen jullie aanraden? Ook suggesties voor andere leeftijden zijn welkom!

Gelukkige verjaardag!

Aan mijn schatje.

De laatste rechte lijn naar de dertig. Het wordt er alleen maar mooier op.

Met pijn in het hart…

Heeft Godelieve vandaag haar ontslagbrief overhandigd.

Spijt omdat E&Y haar een unieke kans bood, 5 jaar terug. E&Y geloofde in haar kunnen, en daar haar ook (meer) in haar eigen kunnen geloven.

Spijt omdat ze gedurende die periode enorme boeiende uitdagingen aan kon gaan, en er meestal nog in slaagde ook.

Spijt vanwege de vele toffe collega’s die ze leerde kennen.

Bijna vijf jaar werkte ze bij E&Y. Vijf jaar waarin ze het beste, en meer, van zichzelf gaf.
Maar ook vijf jaar waarbij er alsmaar meer druk kwam te staan. Druk op de job, en druk thuis.
Want indien men meer vrouwen wilt laten doorstromen naar hogere posities,dan is er nood aan het juiste luisterend oor.

Een nieuwe uitdaging staat voor de deur, maar de komende 6 weken zullen volledig opgenomen worden door haar resterende taken. Je verlaat immers het speelveld niet voor de wedstrijd gespeeld is.

Midden maart gaat ze aan de slag bij Sara Lee, haar nieuwe werkgever.