Tag Archieven: Laurens

RIP: the rooster

Ongeveer een jaar geleden kregen we 2 kuikentjes cadeau. Het zouden, werd ons beloofd, schitterende legkippen worden.

De term legkippen was echter ruim geïnterpreteerd: een van de kuikentjes groeide uit tot een forse haan.
Op zich geen probleem: een bekje meer of minder maakt niet echt verschil, ware het niet dat de haan uitgroeide tot een dolgedraaide tiran in het kippenhok.

Dolgedraaid, vermits hij op de gekste momenten begon te kraaien: om middernacht, in de namiddag, en dergelijke. Een tiran, omdat hij zijn wil en voortplantingsdrag opdrong aan alle beesten in het kippenhok, inclusief een bejaarde eend.

Gisteren ging de gekke haan finaal te ver: onder het oog van Laurens startte hij een gevecht met een kip, een bloedbad dat nipt werd vermeden door de haan uit het kippenhok te halen.

Zo kon het niet verder, en het beeste werd uit zijn eigen gekheid verlost. We zullen hem morgen gedenken, terwijl we stoofpot van haan eten…

Tête à tête

Godelieve en ik waren gisteren uitgenodigd voor een feestje, KNT. Laurens bleef aldus een anchtje overnachten bij Bomma en Bompa, terwijl wij koers zetten richten Bonheiden.

Je kan evenwel niet gaan feesten op een lege maag, dus besloten we, zoals in de goede oude dagen :-), met zijn tweetje een hapje te gaan eten.

Het werd, als vanouds, de Camogli in Antwerpen. Als hapje namen we de mix van lookbroodjes. Godelieve nam de gebakken tonijn en ik de pasta met gerookte zalm en mascarpone als hoofdgerecht. Lekker, redelijk snel, gezellig en niet te duur, meer heb je niet nodig. Mmm, toch wel: aangenaam gezelschap. Maar dat was verzekerd! :-)

Bezorgde ouders

Vandaag ging Laurens voor het eerst sinds 26 augustus naar de crèche. Zijn spuitjes, 2 weken ziekte en een week verlof van Godelieve hielden hem enige tijd thuis.

Na drie weken terug wennen aan een crèche moet niet makkelijk zijn, zeker wanneer je ook nog eens in een andere groep terecht komt. Ons kleine knul wordt immers groot, en mocht een groepje hoger gaan postvatten.
De meeste kindjes kent hij vanuit zijn vorige groep, maar de juffen zijn splinternieuw voor hem.

Vanmorgen zijn Godelieve en ik hem gaan wegbrengen.
Hij stak braaf zijn armpjes uit naar de nieuwe juf, bestudeerde onmiddelijk de omgeving, en liet ons vertrekken zonder een traan of schreeuw te laten.

Vanmiddag belde ik toch maar even, om te horen of alles goed ging. Ze hadden hem nog niet gehoord: hij was de hele voormiddag aan het spelen, het kruipen en zich recht te trekken. Wat een schatje!

Dodentocht 2010: het verslag

Het ergste leed is alweer enkele dagen geleden, en eindelijk vind ik de moed om een verslagje op te stellen over de Dodentocht, editie 2010.

Londerzeel – 17u00:
Dat het niet voor niets vrijdag de 13e is, valt zowat aan alles te merken . De voorbereidingen voor Laurens’ feestweekend lopen uit en niets lijkt in orde te komen. Van de spanning krijg ik amper een hap door mijn keel.
Kevin, die gekend staat om zijn licht afwijkende uurregeling is op tijd, maar deze keer ben ik niet klaar voor vertrek.

Londerzeel – 18u10:
We kunnen eindelijk vertrekken. Ik heb het gevoel dat de fietszakken van Godelieve correct gevuld zijn en dat de voorraad voor Wouter klaar is. Met z’n tweeën rijden we – ieder in zijn eigen wagen – richting Bornem. Parkeren doen we als vanouds op de Puursesteenweg, wat nog een behoorlijk stukje stappen is tot aan de start. We worden voorbijgereden door een toeterende wagen. Het is CTG-collega Christine die op weg is naar huis.

Bornem – 18u45:
De startstrook is anders ingedeeld dan vorig jaar. Veel deelnemers die vorig jaar achteraan moesten starten hebben hun lesje geleerd en zijn ruimschoots op tijd gearriveerd. Wij spijtig genoeg niet. Met een vriendelijk woord en een verontschuldigende glimlach banen we ons een weg dichter naar de finish. Kevin plaatst zijn klapstoeltje op pakweg 200m van de startlijn, met een 400 tal deelnemers voor ons. Het wachten kan beginnen.

Bornem – 20u25:
De spanning snijdt door de massa. Wie nog neerzat staat haastig recht. Niemand weet waarom, het is immers nog meer dan een halfuur wachten. Enkele regendruppels doen de sfeer danig zakken. Iedereen kent de weersvoorspelling (af en toe een bui), maar hoopt van harte dat Frank & Sabine zich vergissen.

Bornem – 21u00:
Vlak voor de start. Al het afval wordt naar de kant van de weg gesmeten. Ik geef Kevin nog een stevige knuffel en wens hem alle succes. Hij is beter getraind dan ik, maar toch hoop ik hem tot na de finish niet terug te zien. Eergevoel, weet je wel?

Bornem – 21u01:
Hopla, we zijn vetrokken! Een drukte van jewelste. De wandelaars voor me vormen een quasi ondoordringbare haag. Het duurt tot voorbij Bornem centrum alvorens ik wat tempo kan maken. Ik kon wel duidelijk de Relegators onderscheiden langs de kant van de weg. Tof dat ze me een hart onder de riem komen steken!

Temse – 21u14:
Bornem centrum ligt achter ons, en we lopen parallel aan de N16. Het tempo ligt hoog, maar dat is nu eenmaal mijn stijl. Dankzij dit tempo haal ik verschillende lopers en wandelaars in.
In de bocht aan Temse Brug passeer ik Wouter en Jan, die ik Kevin’s Vaseline overhandig. Een korte update leert me dat ik in zesde positie loop. Blijkbaar ben ik sneller aan het lopen dan gedacht…

Temse – 21u23:
Het lopen gaat vlot. Mijn hiel doet wel pijn, maar het is draaglijk. Bovendien lijkt het droog te zullen blijven, wat zonder meer een positief effect heeft op mijn gemoedstoestand. Wouter heeft ondertussen de iPod aangesloten op de luidsprekers die met tape zijn vastgemaakt aan zijn fiets. De bonkende beats zorgen voor een constant tempo.
Op de scheldedijk passeer ik twee oude bekenden: iemand uit mijn schooltijd en een ex-Deltaan. Leuk om even een praatje te slaan en de verwachtingen te toetsen.

Weert – 21u31:
Wanneer we de scheldedijk aflopen draaien we het dorp van Weert binnen, waar zich de eerste controlepost bevindt. Ondertussen loop ik in vierde positie, maar enkele meters verder staat er een politiewagen te wachten: we lopen te snel. Wanneer de wagen even later vertrekt zijn we met 9 lopers. Ik tracht mijn gebruikelijk looptempo aan te houden. Dat is welliswaar te snel voor de Dodentocht, maar voor het eerst in maanden heb ik zin om te lopen. Ik heb, zo zal achteraf blijken, de eerste 7,4 kilometer afgelegd in 30 minuten, goed voor een gemiddelde snelheid van 14,8 km/u.

Branst – 21u50:
Voor mij loopt er slechts één loper wanneer ik de kerk van Branst voorbij loop. Hier staan Peter en Christine me toe te schreeuwen. Even verder sluit er een groepje aan bij mij, en met zijn drieën zetten we de achtervolging in op de eerste loper. Het tempo gaat danig de hoogte in.

Bornem – 22u00:
In de dreef naar het ziekenhuis toe is er een samensmelting vooraan. Eén loper versnelt, en in een vlaag van euforie steek ik een tandje bij. Het tempo vliegt omhoog, tot bijna 18km/u, wanneer we de mensenmassa in Bornem passeren. Rijen toeschouwers applaudiseren en schreeuwen ons toe. Geschiedenis wordt geschreven: ik passeer Bornem op een gedeelde eerste plaats!

Roddam – 22u19:
Na Bornem centrum gepasseerd te zijn laat ik bewust het tempo zakken. Mijn moment de gloire is voorbij, nu begint de overlevingstocht. Naar de controlepost in Roddam, Friesland Foods, is het slechts een aantal kilometer lopen. Na 1 uur en 19 minuten wedstrijd heb ik meer dan 17 kilometer afgelegd. Tot nu toe haal ik een gemiddelde van 13,32km/u, vooral door de snelle start.

Hingene – 22u35:
Nu volgt er een lang stuk van 7 kilometer, dat grotendeels langs de scheldedijk loopt. Het contrast kan niet groter zijn: van de vele café’s en standjes met discobar en barbecue, naar de volmaakte stilte aan de oevers van de Schelde. Ik heb mijn eigen tempo gevonden, en laat de andere lopers hun ding doen. Ruben loopt me voorbij, en we wensen elkaar succes. Ik weet dat ik hem alvast niet meer zal terugzien. Wouter maakt een grapje dat iedereen ofwel veel vertrouwen heeft, ofwel helemaal niet, vermits nog niemand gebeld heeft. Terstond gaat zijn telefoon over: Godelieve. Ik neem even de GSM over en sla een praatje, waarin ik haar geruststel dat ik vanaf nu zal doseren.

Wintam – 23u01:
We zijn twee uurtjes onderweg wanneer ik de matten in Wintam passeer, na 24 kilometer wedstrijd. Ondertussen is lopen zowat joggen geworden, al ligt het tempo nog boven de 10 kilometer per uur. De eerste echt donkere baantjes liggen achter ons, maar er zullen er nog een pak meer volgen.

Kalfort – 23u56:
Vorig jaar wist ik tussen Kalfort en Wintam al dat ik in Breendonk ging opgeven. Toen was de pijn in mijn teen niet te harden. Ook vandaag heb ik last, veel last zelfs, maar ditmaal moet ik geen rekening houden met een mogelijke bevalling. Door het ontbreken van dat soort zorgen kan ik me volledig focussen op de wedstrijd. Vlak voor Kalfort stretch ik een eerste keer. De temperatuur daalt gevoelig, en dat – in combinatie met 6 weken geen training – zorgt ervoor dat mijn spieren snel opstijven.
Na de lange rechte banen richting Kalfort passeer ik de scanning vlak voor middernacht, na 2 uur en 55 minuten. Mijn snelheid tussen Wintam en kalfort is voor het eerst gedaald onder de 10 kilometer per uur, vooral door de minutenlange stretching.

Breendonk (Duvel) – 00u43:
Op weg naar Breendonk krijg ik verschillende telefoontjes, vooral met de vraag wanneer ik zal arriveren. Volgens mijn schema (uit 2007, met aankomst om 11u) rond twintig voor een. De kou zorgt voor nog meer krampen. Om deze te bekampen zoek ik mijn toevlucht in Dextro Energy, met extra magnesium.
In Brouwerij Duvel zelf is de bevoorrading aangepast, maar die laat ik links liggen. Ik weet immers dat Godelieve buiten op me wacht, en ik vanaf dan twee begeleiders per fiets zal hebben.
Buiten wacht trouwens nog een verrassing: niet alleen mijn vader staat me aan te moedigen, maar ook zowat de hele Relegators ploeg is van de partij. Een opsteker van jewelste!

Londerzeel Sint-Jozef – 01u20:
Je moet het maar doen: op amper 2 kilometer van je eigen huis verloren lopen. Dit is nu al de tweede keer dat dit me overkomt tijdens de Dodentocht: ook in 2008 overkwam het me, in Steenhuffel. Ditmaal waren de pijlen dermate goed weggestopt dat zelfs de fietsers ze 2 keer voorbij gereden zijn.
Niet getreurd echter: aan het monument bij Blauwenhoek wacht een hele delegatie supporters: de Relegators, maar ook enkele leden van Kiwanis, waaronder Pascal en Emilie. Ik stop even op te babbelen, maar het is te koud om al te veel tijd te verspelen.

Steenhuffel – 01u55:
Normaliter staat vlak voor de brouwerij van de Palm het bord van de 50 kilometer te pronken. Ik stuur Wouter vooruit om zich alvast klaar te zetten met het fototoestel in de aanslag. Het blijkt een maat voor niets, want ik arriveer in de brouwerij zonder het bord gepasseerd te zijn. Daar staan opnieuw de Relegators te wachten, samen met mijn vader.
Ondertussen zijn we quasi halfweg (49km) en zijn we nog geen 5 uur aan het lopen (4 uur en 54 minuten).

Merchtem – 02u55:
Het stuk van Steenhuffel naar Merchtem voert ons traditioneel langs betonnen boerenbaantjes, tussen de velden. De sfeer zit er nog steeds in, ook al komen we vanaf nu geen levende ziel meer tegen.
Vlak voor de aankomst in Merchtem verlies ik mijn enige overgebleven ballon. Die hinderde trouwens meer dan je je kan voorstellen, maar toch vind ik het spijtig.
Na bijna 57km wedstrijd is het tijd om de benen even los te gooien. Gunter kwijt zich uitstekend van zijn taak :-)
Nu volgt, wat mij betreft, het zwaarste stuk: tussen Merchtem naar Buggenhout liggen 9,5 kilometer landwegjes, de langste resterende afstand in één stuk.

Buggenhout – 04u10:
Het is ondertussen diep in de nacht geworden wanneer we in de totale duisternis van Buggenhout Bos lopen. Ik kan me niet voorstellen wat het moet zijn om hier alleen te lopen, zonder verlichting. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen, maar toch kwamen we geregeld lopers tegen die geen verlichting bij zich hadden.
Het losgooien van de benen heeft zijn vruchten afgeworpen, want ik heb geen krampen meer. Het tempo is zelfs lichtjes de hoogte ingegaan.

Lippelo – 05u32:
Tussen Buggenhout en Lippelo liggen ook bijna 10 lange kilometers, maar deze werden in 2 gesneden door de tussenstop in Opdorp. Een mooie tussenpost trouwens (zoals de organisatie hem noemt), alleen had ik er de gratis Minute Maid niet mogen drinken.
Op weg naar Lippelo begint de ochtendschemering zichtbaar te worden. Daarmee komt ook de grootste koude opzetten. In de bevoorrading graai ik enkele tassen koffie mee voor Wouter en Godelieve, die verkleumde handen hebben. Gunter houdt zich sterk, die drinkt geen koffie.
Door die koffiepauze missen we een foto bij het bord van de 75 kilometer. Volgend jaar moeten we beter afspreken.

Puurs – 06u26:
Het is spijtig dat, wanneer je zo dicht bij Bornem bent, je nog een extra lus moet maken. Gelukkigerlijk beginnen de zonnestralen ons alvast wat te verwarmen. In de bevoorrading zet ik me zowaar even neer, om even te genieten van een koude Cola. Al wat rest tussen Puurs en de finish zijn 20 kilometers. Het wekt dan ook weinig verbazing op dat ik de resterende kilometers mentaal probeer in te beelden met referentiepunten uit de 20km van Brussel.

Oppuurs – 07u07:
Tussen Puurs en Opuurs ligt vooral Broek. Mooie gronden voor een wandeling op een zondagmiddag, maar niet wanneer je al zoveel kilometers in de benen hebt. Ik loop mijn laatste stukjes, en schakel over op wandelen. Niet slenteren of zwalpen, zoals enkele jaren terug, maar stevig doorwandelen.

Sint-Amands – 07u55:
Een klein stukje wandelen naar Sint-Amands, dat als vanouds zowat de poort is naar de finale. De moraal is nog hoog, de muziek soms hilarisch. Gunter moest ons spijtig genoeg verlaten, wegens andere (voetbal-) verplichtingen.
Eenmaal we langs de spoorweg wandelen beseffen we dat het niet ver meer is tot aan de sporthal. De dijk wenkt!

Branst – 08u40:
De weg naar de dijk is wat hertekend, maar eindelijk bereiken we de Schelde.
In principe mogen fietsers niet meer op de dijk, maar daar vegen we onze voeten aan. De maatregel geldt vooral voor deze namiddag, wanneer de grote massa passeert, en voor de wielertoeristen. Niet zozeer voor fietsers aan 8km/u :-)
Onderweg naar de legendarische Zates passeert er een wandelaar me, die vraagt hoever het nog is. Dankzij de GPS kan ik antwoorden, en ik besluit aan te pikken. Het tempo gaat terug wat omhoog.
Het bruggetje op en af bij Zates, en we beginnen aan de laatste 5,4 kilometer.

Bornem – 09u31
Zoals steeds duurden de laatste 5 kilometers het langst. Vraag me niet hoe het komt, maar telkens opnieuw doe ik dezelfde vaststelling. Is het omdat je zo uitkijkt naar het einde? Komt het door de lastige klimmetjes? Of is het puur psychologisch?
Gelukkigerlijk heb ik nog steeds gezelschap: Godelieve en Wouter (met de fiets), en de wandelaar die me nu al 6 kilometer gezelschap houdt en ervoor zorgt dat het tempo zelfs iets te snel gaat.
Bij het bord van 1 kilometer vraag ik Wouter en Godelieve om alvast naar de finish te gaan. Ze mogen met de fiets toch niet naast mij blijven, en anders zouden ze de finish missen.
De laatste 750 spelen zich af tussen de dranghekken. Veel supporters staan er niet, zeker niet vergeleken met gisterenavond, maar dat maakt de aanmoedigingen er niet minder om.
Na de laatste bocht staat mijn delegatie: Godelieve, Wouter, Opa en… Laurens. Die is blij om zijn papa te zien, en heeft zelfs bloemetjes mee!
Hij mag mee over de finish, maar daar heeft hij niet zo’n zin in, blijkbaar.

Samenvatting:
Vooraf gaf niemand een cent voor mijn kansen. De beste prognoses gingen tot Breendonk.
Ik verbaasde mezelf door mijn tempo tot kilometer 15. Als eerste door Bornem lopen geeft een kick die ik nog nooit eerder meemaakte. Dat is iets wat ik bij een volgende deelname absoluut opnieuw wil realiseren.
Moest ik wat meer kunnen trainen hebben de afgelopen weken, dan had ik minder snel krampen gekregen en had ik langer aan een hoger tempo kunnen lopen. Zeker tussen kilometer 37 en 50 verspeelde ik vele minuten met stretching. Vaak preventief, maar desalniettemin noodzakelijk.
Het wandelen was veel beter. Het tempo bleef steeds boven de 6 kilometer per uur, ook zonder tussentijdse loopsprintjes.
En de aankomst, die bleef zwaar.

En volgend jaar? De Dodentocht gaat steeds plaatsvinden rond Laurens’ verjaardag, wat het organiseren van feestjes er niet makkelijker op maakt. En mijn zoon krijgt voorrang. Maar we zien wel, je wete immers nooit wat de toekomst brengt…

Maaropwielijktdienu?

Zowat de meest gestelde vraag aan ouders van baby’s en peuters. Op wie lijkt hij/zij nu?

Als ouder is dat ook zwat de moeilijkste vraag om op te antwoorden. Niet alleen houdt deze vraag in dat je jezelf kent, maar ook dat je het object jouwer affectie door een niet-roze bril kan bekijken.

Dus nu, in concreto, en zo objectief mogelijk.

Uiterlijk – hoofd

Zowel Godelieve als ik hadden blond haar en blauwe ogen tot onze kleuterschoolgerechtigde leeftijd. De blauwe ogen hebben we nog steeds. :-)
Qua haar lijkt Laurens een mengeling van ons beiden bekomen te hebben: de krulletjes van papa, de hoeveelheid en textuur van mama.

Het enige wat met zekerheid naar mij te herleiden is zijn de kuiltjes in de wangen wanneer hij lacht :-D

Uiterlijk – lichaam

Ik was zowel qua grootte als qua gewicht een heel pak voor op Laurens. Godelieve ook. Geen referentiepunt dus.

Voeding – metabolisme

Ontegensprekelijk mijn metabolisme: altijd zin in eten, zonder veel bij te komen.
Het enige wat hij op dit moment niet mag zijn pannekoeken, maar dat heeft hij dan weer van de mama.

Slaap

Ook hier zijn de kenmerken gedeeld. De hoeveelheid slaap heeft hij van mij geërfd: weinig :-)
De manier van slapen is dan weer gelijkaardig van die van Godelieve: genietend, en ‘s morgends nog na-soezend :-)

Conclusie

Slecht één conclusie: 50% Godelieve, 50% Michaël :-D

Watermolentriathlon: verslag

Never change a winning team, pleegt men soms nog wel eens te zeggen. Soms breekt nood echter wet: door een schoolverplichting kon Kevin dit jaar niet deelnemen. In Nick vonden we een bereidwillige en overgekwalificeerde vervanger voor de 10 kilometer.

Rond half een vertrokken we richting Hamme. We, dat is Godelieve, Laurens, Opa, Wouter en ik. Nick en zijn vader reden rechtstreeks naar Hamme en haalden reeds de borstnummers en chip af. Terwijl de heren zich omkleedden en opwarmden was het stil. Was het de spanning?

De stoet zette zich in gang naar de start. Wouter had weinig vertrouwen, wegens (te weinig) getraind. Voor het eerst zou hij, op een wedstrijd, met oortjes lopen. Waarom? Om het tempo hoger te kunnen houden. Dit jaar vertrok Wouter iets verder in het pak, om de motor niet onmiddelijk op te branden. Hij rondde de 3,2 kilometer in 12 minuten en 27 seconden, 15 seconden sneller als vorig jaar.

De wissel ging iets minder vlot dan de voorbije jaren, zowel door het gebruik van de nieuwe chip (te bevestigen aan het onderbeen) als door de massa waartussen gewisseld moest worden. Ik vond m’n fiets vrij snel, maar verloor kostbare tijd door een official die me gebood mijn oortjes uit te doen. Uiteindelijk stapte ik als 8ste duathleet op de fiets.
Al snel bleek dat de wind stevig blies. Ik moest kilometers lang alleen beuken alvorens ik aansluiting vond bij een duo dat voor me uitreed. Tijd om uit te blazen was er niet, want ik werd onmiddelijk gesommeerd om mee aan de kop te gaan sleuren. Met zijn drieën hielden we het tempo hoog (het tellertje stond steeds boven de 40km/u) en liepen we verschillende fietsers in. De laatste ronde ging het al wat moeizamer: de wind zwol nog aan, de vermoeidheid begon toe te slaan en door het grotere aantal fietsers, in verschillende rondes, werd het allemaal wat onoverzichtelijk. Op 4 kilometer van de finish demareerden er enkele renners uit ons groepje. Ik zette de achtervolging in, en het tempo schoot omhoog tot boven de 50km/u. Vlak voor de finish, in de kleine straatjes van Hamme haalde ik hen in, zodat we samen de wisselzone in fietsten.

Ik finishte in 57 minuten en 48 seconden.1 Minuut en 57 seconden trager dan het jaar voordien, maar toch tevreden, vermits de tijden algemeen veel trager lager dan vorig jaar. De wind? Het wisselsysteem? De chips (plaats van wissel)?
Wat de reden ook was, ik slaagde erin van 4 plaatsen te winnen, zodat Nick in 4e positie aan de loopproef kon beginnen.

Na het eerste van 3 rondjes kwam Nick voorbij met een van pijn vetrokken gezicht: last van de quadriceps. De vierde plaats leek echter niet in het gedrang te komen. Bij de tweede doortocht bleek echter dat de tegenstand vanuit de achtergrond sterk kwam opzetten. Ik liet mijn fietsschoenen staan, sprong in Wouter’s loopschoenen en klom over de nadar om Nick wat te hazen. Dat wierp zijn vruchten af, want het tempo kon wat de hoogte in. De 10 kilometer werd gelopen in 43 minuten en 42 seconden, de negende looptijd.

We eindigden zesde in de totale duathlon eindstand, en derde van de bedrijventeams. Doelstelling behaald, en vooral: een heel leuke namiddag gehad. Bedankt aan alle deelnemers en supporters, en tot volgend jaar!

Grote stappen

Onze grote man bevindt zich ergens tussen de 8 en 9 maand, een leeftijd waarin de ontwikkeling razendsnel gaat. Vorige week had ik nog, tijdens het lopen, een gesprek met Wouter. Over hoe spijtig ik het vind/vond dat Laurens nog niet kroop. En kijk, enkele dagen later is niets nog veilig en zitten we met een vrolijke kruiper.

Voor zijn zitje is hij ondertussen ook al te groot. Krachtig als hij is trekt hij gewoon zijn zitje op zijn zij of rug, en kruipt zo verder. Als een overjaarse schildpad.

Vanavond hield mama hem vast aan twee handjes, met de voetjes op de grond. En mijnheer leek het leuk te vinden, wat de Opa meteen tot een voorspelling verleidde: binnen een maand staat hij recht. Afwachten maar!

Onze kleine uk is niet zo klein meer. Dat maakt het moeilijk om een vakantie te plannen. Godelieve en ik willen er de eerste week van september een weekje tussenuit, maar waar kan je naartoe met een kind van een jaar oud? Je hebt geen referentiekader. Qua eten zie ik geen probleem: Laurens eet alles wat we hem voorschotelen. Tot voor kort was ook een (lange) vliegreis geen probleem: een baby slaapt veel. Maar nu? Luxeproblemen…

DVV Antwerp Marathon: verslag

Twee weken terug was het nog een dilemma: deelnemen aan de marathon of niet? Het werd dus, zoals door velen verwacht, deelnemen.

Zaterdagavond werd afgesloten met een kleine barbecue thuis, gevolgd door nog wat studeren. Zondag zou immers te hectisch worden. Godelieve besloot mee te gaan om me te ondersteunen, maar niet met de fiets. Voor Laurens werd een middagmaal voorbereid.

Zondagmorgen vertrokken we rond 8u richting Linkeroever. De drukte viel nog goed mee, die zou waarschijnlijk pas komen wanneer de volkstoeloop voor de 10 Miles begon. Ik maakte me klaar, gaf vrouw en kind een dikke zoen en begaf me naar de tent om me in te schrijven. Wat later loop ik ook Kevin tegen het lijf, en wandelen we samen richting start.

Onmiddelijk na de start scheiden onze wegen al: we besloten ieder ons eigen tempo te lopen. In tegenstelling tot 2 jaar terug wil ik dit keer niet al te snel starten. Toch duurt het meer dan 5 kilometer alvoren de roze balonnen (richttijd: 2u59) me passeren. Niet omdat ik zó snel liep, maar omdat we op de eerste startrij stonden.

Rond kilometer 6 (hoek Brouwersvliet – Kaaien) staan Godelieve en Laurens te supporteren. Snel een kusje voor beiden, en het t-shirt van de organisatie achterlaten, en terug op weg. Op de kaaien geraak ik aan de babbel. Het tempo is dus goed, en de mensen in mijn loopbubbel mikken op ene tijd tussen de 3u10 en 3u45. Misschien wat te snel, maar zo deel ik nu eenmaal al mijn wedstrijden in.

Rond kilometer 7 merk ik de blauwe balonnen achter me op (richttijd 3u15). Ik verhoog bewust mijn tempo niet, om niet meer de fout te maken die ik 2 jaar terug maakte. Ditmaal loop ik op gevoel en op hartslagmeter, niet op het ritme van deze pace runners.

Kilometer per kilometer verdwijnt er onder mijn voeten, en de balonnen blijven hangen op 200 meter. telkens motiveer ik mezelf door er nog een kilometertje bij te doen. De hartslag blijft ondertussen mooi op schema.

Rond kilometer 16 passeert er me een groepje lopers. Ik pik aan: hun tempo en loophouding lijken me wel wat. Ik verschuil me uit de wind achter hun rug en gedij mee op het tempo.

We passeren kilometer 20, 25 en 30, met steeds de blauwe balonnen enkele honderden meters achter ons. Mijn compagnons de route gaan voor een tijd tussen de 3u en 3u10. Ze waarschuwen me voor de terugslag die er gaat komen vanaf kilometer 35. Ik ben daar echter al vertrouwd mee :-) Ondertussen ben ik ook Jan gepasseerd en weet ik dat kevin het goed aan het doen is. Ik had het niet anders verwacht.

Op kilometer 32 duiken we park Rivierenhof in en begint het zwaar te worden. Drank wordt gedeeld en mijn voorraad druivensuiker wordt uitgedeeld. Op kilometer 37, bij het uitlopen van het park, besluit ik het groepje te lossen: liever het tempo met 1 minuut per kilometer laten dalen, dan geparkeerd te staan met krampen.

Wanneer kilometer 40 bereikt is, verdapper ik een beetje. Zo lang is het niet meer, en de Grote Markt wenkt. Wanneer we opnieuw de brouwservliet oplopen gaat het tempo nog wat meer omhoog, om quasi in sprint de laatste kilometer in te zetten. Ik arriveer in 3u en 17 minuten. Niet meer snelste marathon, maar een pak boven de verwachtingen!

Het filmpje van de aankomst staat op deze link.

Een dikke pluim trouwens voor de organisatie: goede seingevers, en heel regelmatige bevoorrading (elke 5 kilometer water en sportdrank, elke 2,5 kilometer water en op 15, 25 en 35 kilometer bananen). Ze zijn er zelfs in geslaagd de marathon iets minder saai te maken.

Ook een dikke proficiat voor Kevin, die zijn eerste marathon tot een goed einde bracht!!!

Voorlezen

Godelieve en ik zouden graag beginnen met voorlezen bij het in bed stoppen van Laurens. We beseffen ter dege dat hij daar nog niets (of toch zeer weinig) van zal opsteken, maar algemeen wordt dit wel aangeraden.

Vandaar de vraag: welke (voorlees-) boeken kunnen jullie aanraden? Ook suggesties voor andere leeftijden zijn welkom!

Wachten

De geboorte van Laurens kwam onverwacht, gelukkig maar…

Matti en Evy verwachten een kindje. Al een tijdje. Voor kerstmis gingen ze naar de gynaecoloog, die pertinent zeker was dat de bevalling nog in 2009 plaats zou vinden. Ondertussen zijn we een maand verder, en ligt het prinsesje nog steeds in haar buikpaleis. Evy is een week over tijd, al mag je dat zo niet noemen. Pas wanneer je 2 weken na je uitgerekende bevaldatum nog niet bevallen bent, ben je officieel over tijd.

Niet dat het er veel toe doet. Niet alleen de fysieke ongemakken zullen enorm door beginnen wegen, het zullen vooral de psychische processen zijn die hun tol beginnen te eisen. Voor de honderdste keer de valiesjes nakijken, nog maar eens naar de dokter, telkens een telefoon bij de hand houden, maar vooral: vragen van bezorgde familie en vrienden beantwoorden.

Dan was het bij ons toch wat eenvoudiger. Niets wees er op dat Laurens spoedig ter wereld zou komen. Op 7 augustus gingen we langs bij de gynaecoloog, maar die had geen bijzonder nieuws voor ons. De bevalling was nog steeds gepland voor 29 augustus.

Aangezien Godelieve geen tekenen vertoonden van een op handen zijnde bevalling (zoals weeën) besloot ik toch maar mee te doen aan de Dodentocht (de nacht van 14 op 15 augustus). Een beetje tegen de zin van Godelieve, maar ik vertrouwde op mijn vrienden en vader om me, wanneer Godelieve me zou bellen, zou snel mogelijk huiswaarts te brengen. In Breendonk stopte ik ermee. De blessure van de week ervoor was terug beginnen opspelen, en van daaruit nog 60km wandelen, terwijl je vrouw hoogzwanger is, leek me niet opportuun. We besloten nog even Kevin te volgen (tot in Steenhuffel) en gingen dan even slapen.

Twee uurtjes later was ik al wakker en stapte vrolijk mee. Rond 14u kwam Godelieve naar Bornem, en moest daar een hele tijd stappen om Kevin te zien arriveren.

Ook al begon de vermoeidheid toe te slaan, toch vonden we de energie om ‘s namiddags ons huis wat op te rommelen. ‘s Avonds kregen we bezoek van Wouter, Nathalie, Thomas & Jasper, met wie we ons duchtig amuseerden en lekker Chineesden. Geen vuiltje aan de lucht, geen wee te voelen. Toen we terug alleen waren (omstreeks middernacht) installeerden we ons in de zetel en keken we nog wat TV. Anderhalf uur later zouden we al onderweg zijn naar het ziekenhuis.

Ik wens het iedereen toe, onverwacht (tussen stevige aanhalingsteken) bevallen. Maar op dit moment vooral Matti & Evy!