Dodentocht: het weer
Wat mogen we verwachten voor volgende week?
Volgens zoover het volgende:
Never change a winning team, pleegt men soms nog wel eens te zeggen. Soms breekt nood echter wet: door een schoolverplichting kon Kevin dit jaar niet deelnemen. In Nick vonden we een bereidwillige en overgekwalificeerde vervanger voor de 10 kilometer.
Rond half een vertrokken we richting Hamme. We, dat is Godelieve, Laurens, Opa, Wouter en ik. Nick en zijn vader reden rechtstreeks naar Hamme en haalden reeds de borstnummers en chip af. Terwijl de heren zich omkleedden en opwarmden was het stil. Was het de spanning?
De stoet zette zich in gang naar de start. Wouter had weinig vertrouwen, wegens (te weinig) getraind. Voor het eerst zou hij, op een wedstrijd, met oortjes lopen. Waarom? Om het tempo hoger te kunnen houden. Dit jaar vertrok Wouter iets verder in het pak, om de motor niet onmiddelijk op te branden. Hij rondde de 3,2 kilometer in 12 minuten en 27 seconden, 15 seconden sneller als vorig jaar.
De wissel ging iets minder vlot dan de voorbije jaren, zowel door het gebruik van de nieuwe chip (te bevestigen aan het onderbeen) als door de massa waartussen gewisseld moest worden. Ik vond m’n fiets vrij snel, maar verloor kostbare tijd door een official die me gebood mijn oortjes uit te doen. Uiteindelijk stapte ik als 8ste duathleet op de fiets.
Al snel bleek dat de wind stevig blies. Ik moest kilometers lang alleen beuken alvorens ik aansluiting vond bij een duo dat voor me uitreed. Tijd om uit te blazen was er niet, want ik werd onmiddelijk gesommeerd om mee aan de kop te gaan sleuren. Met zijn drieën hielden we het tempo hoog (het tellertje stond steeds boven de 40km/u) en liepen we verschillende fietsers in. De laatste ronde ging het al wat moeizamer: de wind zwol nog aan, de vermoeidheid begon toe te slaan en door het grotere aantal fietsers, in verschillende rondes, werd het allemaal wat onoverzichtelijk. Op 4 kilometer van de finish demareerden er enkele renners uit ons groepje. Ik zette de achtervolging in, en het tempo schoot omhoog tot boven de 50km/u. Vlak voor de finish, in de kleine straatjes van Hamme haalde ik hen in, zodat we samen de wisselzone in fietsten.
Ik finishte in 57 minuten en 48 seconden.1 Minuut en 57 seconden trager dan het jaar voordien, maar toch tevreden, vermits de tijden algemeen veel trager lager dan vorig jaar. De wind? Het wisselsysteem? De chips (plaats van wissel)?
Wat de reden ook was, ik slaagde erin van 4 plaatsen te winnen, zodat Nick in 4e positie aan de loopproef kon beginnen.
Na het eerste van 3 rondjes kwam Nick voorbij met een van pijn vetrokken gezicht: last van de quadriceps. De vierde plaats leek echter niet in het gedrang te komen. Bij de tweede doortocht bleek echter dat de tegenstand vanuit de achtergrond sterk kwam opzetten. Ik liet mijn fietsschoenen staan, sprong in Wouter’s loopschoenen en klom over de nadar om Nick wat te hazen. Dat wierp zijn vruchten af, want het tempo kon wat de hoogte in. De 10 kilometer werd gelopen in 43 minuten en 42 seconden, de negende looptijd.
We eindigden zesde in de totale duathlon eindstand, en derde van de bedrijventeams. Doelstelling behaald, en vooral: een heel leuke namiddag gehad. Bedankt aan alle deelnemers en supporters, en tot volgend jaar!
Ik moet iets bekennen. Ik heb gezondigd.
Waar ik zondag nog trots was de verleiding van een lekker pakje goudgele pretstaafjes te hebben kunnen weerstaan, werd vanmiddag mijn weerstand te hard op de proef gesteld.
Over de middag reden we met een paar collega’s naar de Neuhaus Factory Store, om een voorraad pralines in te slaan. Eenmaal daar kon ik het niet nalaten om te proeven. Een het bleef zelfs niet bij één enkele praline :-)
Om het goed te maken ben ik dan maar wat kilometertjes gaan afmalen…
Maar lekker dat het was! Het was het meer dan waard.
Was het goed? Het was goed. Meer dan goed zelfs: het was uitstekend.
Rond half één was het verzamelen geblazen: de Bomma bleef in Londerzeel om op Laurens te passen (het regende iets te hard), zodat we met z’n vijven naar Brussel afzakten: Gunter (die niet deel zou nemen wegens een blessure), Jimmy, Leslie (al supporter), Godelieve (als supporter) en ik.
In de auto werd de klassieke vraag gesteld: wat denk je te lopen?
Jimmy hield het op ‘liefst onder de 2u’. Het was immers de eerste maal dat hij deze afstand liep.
En ik, ik hield het op: ‘ik ben heel tevreden met 1u25. Dan trakteer ik mezelf vanavond op frietjes’. Dat is namelijk 5 maanden geleden…
Godelieve antwoordde heel categoriek: “Frietjes? Niet wanneer je boven de 1u20 loopt!”. Van een uitdaging gesproken.
Ik ben absoluut niet de persoon die voor goede sportprestaties zichzelf gekke doelen voor ogen stelt. Ook al weet ik diep vanbinnen dat ik in principe met mijn ogen dicht 1u30 moet kunnen lopen, je zal me dat niet vaak horen zeggen. 1u20 leek me veel te snel. Ik had nog maar 2 keer onder 1u20 gelopen, en dat was bovendien op het oude (lees: kortere) parcours.
In Brussel vonden we al bij al nog vlot een parkeerplaats, en maakten ons ter plaatse klaar. Loopschoenen, hartslagmeter, GPS, iPod, vuilzak, …
Rond half twee arriveerden we aan het jubelpark, waar – in vergelijking met de voorbije jaren – er nog maar weinig lopers stonden aan te schuiven. Na het maken van de praktische afspraken wandelden we naar het einde van het park toe, om te kijken waar de maten lagen.
Rond kwart na twee werd het tijd om afscheid te nemen van de anderen om wat op te warmen en me naar mijn startpositie te begeven. Het bleek nogmaals hoe nuttig zo’n vuilzak wel niet is om warm in te blijven.
De Bolero liep over in de Brabançonne, en bij de knal van het kanon stoven de eerste 10.000 lopers weg. De volgende groepen zouden telkens met 6 minuten vertraging starten.
In de Wetstraat lag het tempo hoog. De dalende lijn en mijn positie in de kopgroep zorgden ervoor dat ik al na 3m15s het bord van de eerste kilometer passeerde. Wat verder stonden Godelieve, Leslie en Gunter. Ik had zelfs nog even tijd om te zwaaien, dus mentaal zat het wel goed.
Na het koninklijk paleis volgde de eerste bevoorrading. Vooraan lopen is op dat gebied een zegen, omdat je dan vlot de tuimte hebt om een flesje aan te nemen. Ik kan me moeilijk inbeelden hoe dit geordend kan verlopen als de massa daar aangestormd komt.
Ik besloot dezelfde techniek als vorig jaar toe te passen: proberen in het starttempo te blijven (minder dan 4 minuten per kilometer) en dat zo lang mogelijk, met zo weinig mogelijk verval, vol te houden. 1u25 was het doel, dus dat schema gaf me 5 minuten speling in de moeilijke laatste kilometers.
De tunnels kwamen en traditiegetrouw heeft mijn GPS daar geen ontvangst. Ook de sfeer was, zo ver vooraan in de wedstrijd, anders dan de andere jaren. Geen handgeklap of geroep, alleen het gebons van voeten op het asfalt. In het spoor van een vrouwelijke atlete en haar mannelijke begeleiders zet ik koers richting Ter Kamerenbos.
Kilometer na kilometer blijf ik onder de 4 minuten per kilometer duiken, zodat er alsmaar meer marge op mijn schema komt.
In Ter Kameren worden de bochten als vanouds scherm aangesneden. Door de snelheid is het wel opletten geblazen, want er ligt tal van mogelijk struikelmateriaal langs de kant. Bij het uitdraaien van Ter Kameren passeren we de matten van de 10km. Tijd: iets boven de 37 minuten, wat neerkomt op meer dan 5 minuten voorsprong op het schema van 1u25 en 3 minuten voorsprong op een (niet vooraf uitgerekend) schema van 1u20.
Vanaf dan begint het rekenwerk: elke kilometer die ik aan 4 minuten per kilometer kan blijven lopen is winst. Een halve kilometer verder passeert de Spa tempoloper van 1u15 mij. Het tempo gaat net iets te snel, en ik wil mezelf niet verbranden. Ik probeer het tempo strak te houden tot kilometer 12, waar het eindelijk bergawaarts gaat. De weg bedoel ik, niet mijn snelheid. Die schiet verder de hoogte in, dusdanig dat ik er steken van krijg in mijn zij.
Alles blijft vlot gaan, maar ik begin wat vaker op mijn horloge te kijken. En kijk uit naar een bevoorradingspost, want mijn tong voelt aan als een uitgewrongen dweil. Lang leve Isostar, al kleeft het goedje wel.
De brede lanen die volgen lopen zachtjes naar beneden, tot kilometer 17. Van daaruit draaien we naar links, de gekende Tervurenlaan op. Ik had bewust wat het tempo laten zakken de voorbije 2 kilometer, om iets extra’s in de tank te houden. En dat loonde: ik raapte nog wat lopers op, en verdapperde naarmate de finish dichterbij kwam. Nog snel een druivensuiker achter de kiezen, en de laatste twee kilometers werden ingezet.
Ongeloofelijk wat het beeld van de groter wordende triomfbogen met een mens doen: je stijgt boven jezelf uit, en jaagt het tempo nog meer de hoogte in.
In de laatste brede bocht hoorde ik Gunter nog supporteren, maar zien deed ik hem niet. Vlak voor de meet werd ik nog gepasseerd, maar mijn eindtijd was 1u16m26s, een 223 plaats.
Mijn beste tijd? Neen, ik liep al tweemaal sneller. Maar wel – met voorsprong – mijn beste positie. Ik ben niet vaak tevreden met een resultaat, maar ditmaal wel. Ik viel Godelieve gelukzalig in de armen.
Ook Jimmy leverde een sterke prestatie af, door binnen te komen in 1u en 53 minuten. Proficiat!
En de conclusie? Het zijn 5 zware maanden geweest op gebied van dieet en sport, maar alles was het waard.
En die frietjes? Die heb ik aan mij laten voorbij gaan.
Binnen 3 weken is er immers de Watermolentriathlon. En daarna de Dodentocht. En daarna…
Doelen met je hebben in het leven :-)
Rechstreekse quote van de 20km-website:
Om de wedstrijd zo goed mogelijk te laten verlopen, zal het vertrek gebeuren in drie golven
Lijkt simpel genoeg, toch?
Maar dan heb je dit, officieel, kaartje van de start:

Ik herken hier 6 startzones in:
Dat 20001 tot 30000 een aparte golf vormt, spreekt – voor mij - voor zich.
Maar wat zijn dan de 2 andere golven?
Gaat men uit van 10000 deelnemers per golf?
Best mogelijk, maar dan moet er 10000 man door 1 smalle strook van de triomfboog en het jubelpark, en dan starten de nummers 1 tot 10000 tesamen. Waar is dan het voordeel voor de snellere lopers (startnummer lager dan 1500)?
Afwachten maar…
En wat het weer betreft, zondag in Brussel: 80% kans op regen, temperatuur tussen 13° en 17°C.
Volgens het KMI:
Eerst zwaar bewolkt met lichte regen of motregen, later wisselende bewolking met kans op onweerachtige buien
Nog 11 dagen, en één van mijn belangrijkste (sportieve) uitdagingen van 2010 gaat van start. De 20km van Brussel.
Na maanden van onthouding (wat betreft alcohol en zoetigheden) en gematigd intensief sporten zou er een bekroning moeten volgen aanstaande zondag.
Concreet verloor ik tot nog toe 11,6kg (in totaal) en maar liefst 20,5kg vetten. Die vetten zette ik voor een groot deel om in spieren, wat verklaart waarom mijn gewichtsafname zich niet verder zette.
Het gewich fluctueert wel een beetje, afhankelijk van de maaltijden en de geleverde inspanningen de dag ervoor. Ook een teken dat het wel goed zit qua gewicht. Als je niet scherp staat worden zo’n extraatjes amper opgemerkt bij het wegen.
En ook qua sport zit het goed: er wordt regelmatig gelopen, welliswaar niet de lange afstanden die ik gepland had. Op die tochtjes zit het vooral snor qua gemiddelde hartslag. Die is, algemeen gezien, 10 slagen lager dan vorig jaar, bij gelijke inspanning en snelheid.
Vanavond is het de laatste wedstrijd zaalvoetbal van dit seizoen, dus zullen er vanaf nu regelmatig snellere trainingen gelopen moeten worden.
Tenslotte is er nog het fietsen, dat, afhankelijk van de zin en omstandigheden, ook zijn plaatsje in de sportagenda kreeg.
Alleen maar goed nieuws dus? Wel, eigenlijk wel, maar toch is er de onzekerheid.
Na 14 jaar loopwedstrijden afgehaspeld te hebben weet ik als geen ander hoe belangrijk de vorm van de dag is. Je mag zo scherp staan als een mes, en honderden trainignskilometers gelopen hebben: als je benen die dag niet meewillen, kan je een goede prestatie op je buik schrijven.
Ik ga bewust niet uit van het slechtste, maar temper wel de verwachtingen. Vorig jaar had ik, ondanks weinig training en overgewicht, superbenen, en liep ik ook een goede tijd: 1u24.
Dit jaar ga ik uit van 1u30 als streefdoel. Ik passeerde bij de marathon van Antwerpen de streep van 21km op 1u37, dus dat moet zeker haalbaar zijn. Al wat ik sneller kan dan 1u30 is mooi meegenomen.
En qua tijdschema? Ik voel wel wat voor de indeling van vorig jaar: starten aan +/- 4 minuten per kilometer, en dat zo lang mogelijk vol te houden. Als ik dat kan volhouden tot aan de 10 kilometer, mag mijn tempo van dan af aan zakken tot 5 minuten per kilometer, en kom ik toch nog binnen het anderhalf uur aan. Alles wat na kilometer 10 toch nog sneller kan is weer pure winst.
But then again: alles valt of staat bij goede benen (en voor een dele ook goed weer). Duimen dus!
Ik kom nog even terug op mijn verslag van de Marathon van Antwerpen van afgelopen zondag.
Ondertussen is de uitslag bekend. Ik finishte in 3u17m20s, goed voor een gemiddelde snelheid van 12,83km/u, oftewel 4m41s per kilometer.
Wat me nog het meest pleziert, is de vlakke opbouw van mijn wedstrijd:
Tijd na 10km: 0:46:12 (4m37s / km)
Tijd na 21km: 1:37:06 (4m36s / km)
Tijd na 30km: 2:18:34 (4m37s / km)
Als ik deze vorm (en mijn dieet) kan aanhouden tot de 20km van Brussel, zit het dus goed. Ik liep immers mijn eerste 20km van de marathon in 1u32m30s, met nog reserves over.
Tenslotte nog wat foto’s van tijdens de wedstrijd:
Twee weken terug was het nog een dilemma: deelnemen aan de marathon of niet? Het werd dus, zoals door velen verwacht, deelnemen.
Zaterdagavond werd afgesloten met een kleine barbecue thuis, gevolgd door nog wat studeren. Zondag zou immers te hectisch worden. Godelieve besloot mee te gaan om me te ondersteunen, maar niet met de fiets. Voor Laurens werd een middagmaal voorbereid.
Zondagmorgen vertrokken we rond 8u richting Linkeroever. De drukte viel nog goed mee, die zou waarschijnlijk pas komen wanneer de volkstoeloop voor de 10 Miles begon. Ik maakte me klaar, gaf vrouw en kind een dikke zoen en begaf me naar de tent om me in te schrijven. Wat later loop ik ook Kevin tegen het lijf, en wandelen we samen richting start.
Onmiddelijk na de start scheiden onze wegen al: we besloten ieder ons eigen tempo te lopen. In tegenstelling tot 2 jaar terug wil ik dit keer niet al te snel starten. Toch duurt het meer dan 5 kilometer alvoren de roze balonnen (richttijd: 2u59) me passeren. Niet omdat ik zó snel liep, maar omdat we op de eerste startrij stonden.
Rond kilometer 6 (hoek Brouwersvliet – Kaaien) staan Godelieve en Laurens te supporteren. Snel een kusje voor beiden, en het t-shirt van de organisatie achterlaten, en terug op weg. Op de kaaien geraak ik aan de babbel. Het tempo is dus goed, en de mensen in mijn loopbubbel mikken op ene tijd tussen de 3u10 en 3u45. Misschien wat te snel, maar zo deel ik nu eenmaal al mijn wedstrijden in.
Rond kilometer 7 merk ik de blauwe balonnen achter me op (richttijd 3u15). Ik verhoog bewust mijn tempo niet, om niet meer de fout te maken die ik 2 jaar terug maakte. Ditmaal loop ik op gevoel en op hartslagmeter, niet op het ritme van deze pace runners.
Kilometer per kilometer verdwijnt er onder mijn voeten, en de balonnen blijven hangen op 200 meter. telkens motiveer ik mezelf door er nog een kilometertje bij te doen. De hartslag blijft ondertussen mooi op schema.
Rond kilometer 16 passeert er me een groepje lopers. Ik pik aan: hun tempo en loophouding lijken me wel wat. Ik verschuil me uit de wind achter hun rug en gedij mee op het tempo.
We passeren kilometer 20, 25 en 30, met steeds de blauwe balonnen enkele honderden meters achter ons. Mijn compagnons de route gaan voor een tijd tussen de 3u en 3u10. Ze waarschuwen me voor de terugslag die er gaat komen vanaf kilometer 35. Ik ben daar echter al vertrouwd mee :-) Ondertussen ben ik ook Jan gepasseerd en weet ik dat kevin het goed aan het doen is. Ik had het niet anders verwacht.
Op kilometer 32 duiken we park Rivierenhof in en begint het zwaar te worden. Drank wordt gedeeld en mijn voorraad druivensuiker wordt uitgedeeld. Op kilometer 37, bij het uitlopen van het park, besluit ik het groepje te lossen: liever het tempo met 1 minuut per kilometer laten dalen, dan geparkeerd te staan met krampen.
Wanneer kilometer 40 bereikt is, verdapper ik een beetje. Zo lang is het niet meer, en de Grote Markt wenkt. Wanneer we opnieuw de brouwservliet oplopen gaat het tempo nog wat meer omhoog, om quasi in sprint de laatste kilometer in te zetten. Ik arriveer in 3u en 17 minuten. Niet meer snelste marathon, maar een pak boven de verwachtingen!
Het filmpje van de aankomst staat op deze link.
Een dikke pluim trouwens voor de organisatie: goede seingevers, en heel regelmatige bevoorrading (elke 5 kilometer water en sportdrank, elke 2,5 kilometer water en op 15, 25 en 35 kilometer bananen). Ze zijn er zelfs in geslaagd de marathon iets minder saai te maken.
Ook een dikke proficiat voor Kevin, die zijn eerste marathon tot een goed einde bracht!!!
Gisteren stond met stip aangeduid in mijn agenda. Niet alleen daar, maar ook in tal van Excel-lijstjes die ik her en der bijhoud.
Waarom? Omwille van de Pegasusloop. Een wedstrijd van 10 kilometer door m’n eigen dorpje. Het zou bovendien reeds mijn vierde opeenvolgende deelname kunnen worden.
De omstandigheden waren echter verre van ideaal: zaterdagavond moest ik gaan draaien op de 30-ste verjaardagsfuif van Kevin, er was het hele gedoe met het zomeruur en daar bovenop regende het een half uur voor de start pijpestelen.
Desondanks bond ik toch de schoenen aan. Liever 10 kilometer in weer en wind, dan in slaap vallen in de zetel (bij wijze van spreken).
Snel snel nog inschrijven en me naar de start begeven, waar er wel wat (lokaal) bekende koppen reeds klaarstonden. Na wat oponthoud klonk verrassend het startschot, waarna de massa (nou ja) zich in gang zette.
Het tempo zat er van bij de start meteen in. Ik schoof enkele rijen op en postioneerde me rond de 12de plaats. De eerste kilometer legden we af in 3min35. Veel te snel natuurlijk, maar oude gewoonten slijten niet.
De wind ranselde onze lijven, en de groepjes begonnen zich te vormen. Wie alleen de sprong naar een ander groepje waagde viel vaak snel terug. Na 3 kilometer (11min05) kwam het eerste keerpunt in het parcours en zat de wind eindelijk wat mee. Mijn maag begon echter te protesteren tegen een half middagmaal zonder ontbijt, en ook het algemeen gevoel werd minder. Ik beet me vast in het groepje, en haalde het keerpunt halverwege (5km) in 19min03.
De eerstvolgende kilometer bleef ik aanklampen, maar toen het tempo, door voorbijstekende lopers, de hoogte in ging besloot ik de groep te laten gaan en op eigen tempo verder te gaan. Lang moest ik niet alleen lopen voor ik werd opgepikt door een groepje van 3. Daar bleven we mooi samen tot de laatste 2 kilometer. Mijn lotsgenoten hadden een grotere versnelling dan ik in huis, waardoor ik compleet in de wind kwam te zitten en ik centimeter per centimeter terrein verloor.
De laatste honderden meters verdapperde ik nog omdat ik achter me nog andere lopers hoorde naderen. Uiteindelijk legde ik de 10 kilometer af in 38 minuten en 8 seconden. Niet mijn scherpste tijd ooit, maar wel meer dan 4 minuten sneller dan het jaar voordien.
Een goede generale repetitie voor de 20km van Brussel? Ja en nee.
Het is duidelijk dat snelheid wel snor zit (al had ik er nog niet op getraind), maar dat ik nu op afstand moet gaan trainen, om het verval tegen te gaan.
De volledige uitslag (heren 10km)vind je hier.
10 Weken, of 70 dagen, ver ben ik in mijn schema.
70 Dagen:
Nog 76 dagen tot de 20km van Brussel…